29 november 2009

20.00 uur

Samen in de tuin, onder een dekentje. Tien minuten van te voren al, je weet maar nooit.
Sssssst. Stil nou. Ik wil dit niet missen.
Zouden we het wel horen hier? Zijn we niet te ver weg?
Een paar keer horen we een kleine knal. Zou dat hem zijn geweest, of misschien toch die?
Het zou handiger zijn geweest als z’n verjaardag niet zo dichtbij oud en nieuw was.

En dan is er ineens onmiskenbaar de enorme knal van een lawinevuurpijl.
Voor J. D.

Zoveel beter dan bloemen op een graf.
Zoveel slechter dan zijn innemende grijns.

17 november 2009

17-11

Gisteravond wilde ik je bellen.
Jij zou er ook aan denken nu. Hoe hij daar zat, aan tafel. Brieven schrijvend, wodka drinkend.
Of er hij nog twijfelde.
Of hij twijfelde.
De brieven die hij niet schreef zijn veelzeggend genoeg.
Hoe hij zich gevoeld moet hebben.
Alleen. Zo alleen als je maar zijn kan.
Hoe hij daar stond, hoe hij daar lag.
Anderhalve centimeter staal door zijn hoofd, door mijn ziel.
Ik wilde je bellen. Zou je gebeld hebben. Maar ik was het even vergeten.
Even maar.

15 februari 2008

Breath

En zo belandde ik, met één telefoontje, in het tijdperk van de angst.
Waarin een stoere man huilde en ik hulpeloos moet toezien hoe een ijzeren greep het moederhart vasthoudt.

Waarin ik mijn adem inhoud tot ik bijna uit elkaar barst.
En waarin ik in één nacht tijd het licht ineens zag, een heel ander licht.

14 februari 2008

Toveren

Als ik dan atheïst zou zijn, laat het me nu niet zijn.

Want dan kon ik vannacht niet hopen op een wonder.

En ik zou alleen maar machteloos af kunnen wachten.

En als ik dan een christen zou zijn, laat me nu christen zijn.

Dan zal ik vannacht bidden tot God.

En Jezus zal je misschien helen.

Voorbij de onmacht, want het is in Gods handen.

Maar als ik dan een heks zou zijn, laat me vannacht dan maar heks zijn.

Dan zal ik vannacht de krachten van de natuur aanroepen.

En morgen zal alles anders zijn.

En jij was heel even verbaasd, dat dit zomaar kon gebeuren.

Maar mij zou het niet verrassen.

Want heksen kunnen nu eenmaal toveren.

12 februari 2008

Fahrenheit 451

De slang sist over discrepantie, understatement en halve waarheden.

Over een zeer beperkte visie die voorbij gaat aan haar gelijk.

De reden die in eerste instantie aanleiding gaf tot het waarom, de werkelijkheid die zo anders was geweest als het alleen maar zo was dat.

Maar ik laat haar lekker slissen en sissen, zeg haar dat ze al genoeg aan het woord is geweest. Met in mijn achterhoofd de herinnering aan de vreselijke dingen die voortvloeien uit het voeden van de slang.

Als ik haar negeer gaat ze vanzelf wel weg, zal ze opdrogen tot alleen het zielige omhulsel waaruit ze gemaakt is zal resten.

Omdat ik de beperkingen van de slang ken. En ik weet dat ze weliswaar heerlijk kan kronkelen en konkelen, maar dat ze slechts representatief is voor zeer kortdurende bevrediging met een verwoestende uitwerking.

De slang staat voor het gelijk halen en krijgen, maar is door haar vertroebelende zelf niet in staat tot het zien van de onderliggende waarheid.

Want mijn waarheid is, nuchter bekeken, heel helder.

Daar heb ik geen slang voor nodig.

27 april 2007

Casual Friday

Zullen we doen alsof het al zaterdag is?

Dan trek ik een luchtig zomerjurkje aan en jij een afgeknipte spijkerbroek.

Mijn haar gooi ik los en jij laat je baard staan.

En we brengen wijn mee.

Droog en perfect op smaak, goed gekoeld zodat de druppels van de glazen rollen.

Want een mens moet goed drinken, op warme dagen als vandaag.

Elk half uur nemen we een flinke rookpauze en komen steeds een tikje minder nuchter terug.

Excel gebruiken we alleen om het aantal zonnestralen op te tellen

En in Word doen we een wedstrijd wie de flauwste limerick maakt.

Er was eens een meisje dat niet werkte

Maar er was niemand die dat merkte

Zij hadden het weekend in hun hoofd

En niemand had het überhaupt geloofd

Omdat zij zich altijd als zo’n toegewijde kracht kenmerkte

26 april 2007

Oorsprong

‘s Nachts dool ik door de straten van mijn gedachten.

Afgewisseld met de paden van mijn dromen.

Paden die vaak uitkomen bij de zee.

Ooit woonde ik daar, het water is mijn oorsprong.

Overdag de efficiënte coördinatrice.

Ik schrijf zoveel zakelijke teksten dat het lastig is geworden om over te schakelen.

De kloof tussen de dagelijkse commerciële bochten naar de kronkels van de vrije geest is groot.

Misschien te groot.

We zullen zien.

4 september 2006

Show.

4 augustus 2006

Flarden, deel twee.

Hij staat voorovergebogen, met zijn voorhoofd tegen de muur geleund. In zijn ene hand de telefoon waarmee hij aan het bellen is. De koffiebeker met het bedrijfslogo erop in zijn andere hand, vastgeklemd tussen hem en de muur. Hij merkt niet dat ik langsloop, weet niet dat hij gezien is op een moment dat hij even in zijn eigen wereld zit. De somberheid die uit zijn hele wezen straalt, staat in schril contrast tot zijn dagelijkse, jolige houding.

Maar hij speelt het goed. Dat moet ik hem nageven.

De gedachte dat het allemaal in de mens zelf zit komt steeds vaker bij me op. Niet eens alleen maar in de manier waarop we met elkaar omgaan, alswel in de onmogelijkheid tot wezenlijke communicatie. Mensen willen communiceren, delen. En dan nog het liefst met gelijkgestemden. We zijn voortdurend zoekend naar herkenning en erkenning. “ Kijk, ik ben zo gek nog niet. Jij denkt er tenslotte net zo over.” Maar het lukt nooit om alles te delen. Het is onmogelijk om overal begrip voor te krijgen. Je kunt die duizend gedachten op een dag nooit uiten.

Telepathie zou wellicht de oplossing zijn. Zijn we ook meteen van alle schijnheiligheid en hypocrisie af.

Zoveel mensen, zoveel rollen. We spelen stuk voor stuk onze eigen rol in dit stuk. Net zoals we allemaal onze zorgen en problemen met ons meedragen. De dingen waar we het niet over hebben. Alles wat we zo hard proberen te verbergen. Al is het maar acht uur per dag.

Hier praat je over je nieuwe huis, de kinderen. Of, als je het treft, over muziek of politiek. Maar het moet vooral niet te persoonlijk worden.

Ik merk dat ik er in meega. De behoefte om te delen heb ik hier niet.

Efficiency versus oprechtheid.

Het flatgebouw biedt 's avonds een blik op honderd verschillende werelden. Achter ieder verlicht raam dezelfde bank en dezelfde televisie. Van de jagers in de vrije natuur die we ooit waren, zijn we verworden tot die bank en die televisie. Oppervlakkig gezien lijkt het verschil alleen nog maar te zitten in de Ikea bank, of de Chesterfield. De verouderde televisie, met zijn irritante streperige beeldbuis, of de Flatscreen. Maar ondertussen spelen zich werelden af in de hoofden van al die verschillende mensen.

Werelden in werelden in werelden.

Hoe zouden ze mij zien? Hoe kom ìk over in deze rol? Als je mij een dag lang zou filmen hier, zou ik hoogstwaarschijnlijk verbaasd zijn bij het zien van de film. Zover kom ik nog wel.

“ Jij bent altijd zo positief.” Zei hij die het tenminste nog probeert. Hij doet poging op poging om me uit mijn tent te lokken. Gewoon omdat hij is zoals hij is. Omdat hij op zijn manier zo integer is, dat hij er nog genoegen in schept om muren te doorbreken.

Hij weet niets van de tijd dat ik het doemdenken tot lifestyle verhief. En hoe ik uiteindelijk een andere weg insloeg. Maar dat er heus nog wel een restje zit, ergens. Ik ben blij met zijn aanwezigheid hier.

De enige andere persoon die op een bewonderenswaardige manier zichzelf bleef is weg nu. Ik nam afscheid met gepaste oppervlakkigheid. In mijn angst dat mijn woorden verkeerd geïnterpreteerd zouden worden, zei ik niet wat ik echt dacht.

Ik zal je missen.

2 augustus 2006

Schoonmaken.

Zondag had ik ineens zin om de keuken schoon te maken. Nu is zin in schoonmaken bij mij helaas geen dagelijks terugkerend fenomeen, dus ik heb er maar meteen gevolg aan gegeven. De keuken, en dan met name de hoek rond mijn fornuis konden wel een sopje gebruiken. Dus ik toog zingend aan de gang.

Het knapte al lekker op op toen ik ineens een rare pijn door mijn hand voelde trekken. Een trillerig, zeer onaangenaam gevoel. “ Die hand heeft zeker even wat rust nodig.” Bedacht ik. Ik heb in het verleden behoorlijk last gehad van een RSI-achtig iets, met een moeilijke naam die ik steeds vergeet, aan beide handen. En ik heb het op mijn werk ook wel eens, als ik te lang ingespannen heb getypt, dat mijn handen raar gaan tintelen.

Maar vervolgens trok de afgrijselijke sensatie ook door mijn linkerhand. Nu moet ik zeggen dat ik qua pijn, tintelingen en dergelijke best wel wat heb meegemaakt in mijn handen, armen en schouders. Maar dit sloeg werkelijk alles. Afschuwelijk gewoon. Ik ging maar even koffie drinken in de tuin, in de hoop dat het vanzelf weg zou trekken. Maar intussen haalde ik me van alles in mijn hoofd. Dat er iets in mijn hoofd mis was gegaan sloot ik uit. Het zat tenslotte in beide handen, dus dat kon het niet zijn. Misschien dan die zeldzame afwijking die mijn moeder in één arm heeft? En dat het bij mij dan net toevallig in twee armen tegelijk was gebeurd. Of MS, mijn nichtje heeft dat tenslotte ook, en daar krijg je echt hele rare verschijnselen van.

Mijn hypochondrische gedachtegang ging nog even lekker door (ik was net met de gedachte aan een tumor in mijn wervelkolom aan het spelen) toen ik ineens een lumineus idee kreeg.

Want, wáárom gebeurde het eigenlijk steeds terwijl ik de wasemkap aan het schoonmaken was? En had ik niet flink met mijn fles keukenreiniger staan sprayen op dat ding, terwijl de afdekplaatjes van de lampjes eraf zijn?

Voorzichtig voelde ik aan de afzuigkap, en inderdaad.

Die stond dus onder stroom.