« april 2006 | Hoofdmenu | juni 2006 »

29 mei 2006

Mist.

Ik ben haar al een tijdje aan het zoeken als ik haar eindelijk vind. Ze zit op een bankje aan het water voor zich uit te staren. Maar ze ziet niet. Niets ziet ze van hetgeen zich voor haar ogen afspeelt, laat staan de schoonheid die er in verborgen ligt. Maar ze heeft het vermogen om te creëren niet verloren. Water heeft vele verschijningsvormen. Ze heeft een vage herinnering aan warm gecombineerd met zout en zand. En ijs. Ze houdt niet van ijs. "Laat het dan maar de mist zijn," denkt ze. En zo geschiedde. De mensen om haar heen verdwijnen terwijl de mist om rondom haar steeds dikker wordt. En ze langzaam verdwijnt. Ik laat haar maar even.

22 mei 2006

Noodweer.

De regen klettert met enorme grote druppels neer op de bus. Het meisje ziet de stralende zon aan haar kant van het voertuig, en de donkergrijze massa aan de andere kant. Ze heeft even het gevoel dat ze in twee werelden zit. De man bij het raam vangt haar vage, onderzoekende blik en zet zijn afschrikwekkendste gezicht op.

Zit die blonde trut alweer naar me te kijken.

Steels kijkt hij enkele ogenblikken later weer haar kant op. Ze kijkt nog steeds.

Jesus, ze heeft zeker nog nooit een neger gezien ofzo...

Hoe hij ook zijn best doet om het zich niet aan te trekken: hij kan er maar niet aan wennen dat mensen hem zo aanstaren. Hij weet best wel dat zijn huid inktzwart is en zijn voorkomen imposant. Vrouwen verstijven vaak als ze hem aan zien komen lopen, en dat terwijl hij nog geen lieveheersbeestje kwaad zou doen. Sterker nog: hij zet lieveheersbeestjes altijd buiten als hij ze ergens binnen aantreft, gevangen in een wereld zonder groene blaadjes. Dan pakt hij het beestje heel voorzichtig op met zijn grote, zwarte handen en zoekt buiten net zo lang totdat hij een mooi, groen blaadje heeft gevonden.

Maar hij is het ineens zo zat allemaal. Als hij ziet dat ze alweer kijkt, richt hij zich op en loopt naar het meisje. "Wat moet je nou?" Vraagt hij op barse toon. "Van jou?" "Niks." Antwoordt ze, terwijl ze schuin langs hem heen kijkt in de richting van het raam waar hij zojuist zat.

"Ik zoek alleen maar naar de regenboog..."

20 mei 2006

Did you see the words.

Have you seen them?
The words cut open
Your poor intestines
Can't deny
Inky periods drip from your mailbox
Blood flies dip and glide reach down inside
There's something living in these lines
And when your newest kisser was peakin'
You dress yourself out tonight
Getting tangled up in arms and legs
It's comfortable
Someone grabs ahold of you go "Ooo-oo-oooh!"
Should you go ho-o-ome?
There's something starting don't know why
In a house so cosy
Few words are spoken
Let's take our shoes off
And unwind
And there's minuets off in the background drownin' out
Eyes off ears off test the kiss goodnight.
Don't keep my loving on my mind
'Cause it's messy yes this mess is mine
Well mine is mess yours is maybe nine
Look we have similar stitches
Look we have similar frowns
Do the elderly couples still
Kiss and hug and grab their big wrinkly skin so tough wrinkly wrink-wrink-wrinkly rough?
Did you see the words you wrote?
Give me rabies, bring your babies in the hospital
Violent ends with friends that go
Kissed a few with sticky shoes, our cartoon show is broke
Did you see the words you wrote?
Give me rabies, bring your babies in the hospital.
Violent ends with friends that go
Kissed a few with sticky shoes our cartoon show is broke.

Animal Collective / Did you see the words

17 mei 2006

Kaarten.

Het is een avond zoals ik ze zo vaak meemaakte. Iedereen is aanwezig. Het gebeurt eigenlijk zelden dat er iemand verstek laat gaan, op een avond als deze.

Zij zijn er ook, de mannen in mijn leven. De herinnering aan hen kan me tegenwoordig soms ineens overspoelen. Raar hoe sommige dingen helderder worden naarmate je ouder wordt.

Ze moeten een eindeloos lijkend ritueel van eerst koffie en dan bier doorstaan.
Het wachten.
Want het kan pas om een uur of tien, en dan nog vinden de vrouwen het eigenlijk maar niks. "Hè ja, gezellig, gaan jullie lekker in de keuken zitten..." Een opmerking die ik meer dan eens hoorde.
Maar mannen moeten doen wat mannen moeten doen. Daar verander je niks aan.
In de keuken wordt het kleed van tafel gehaald en als iedereen is voorzien van een vers biertje kan het eindelijk beginnen.
Het kaarten.
Om precies te zijn: het swikken. Om kwartjes welliswaar, maar dat lijkt onschuldiger dan het is, want bij dit spelletje kan het hard oplopen. Binnen no time zit er 25 gulden in de pot.
Geweldig.

Jouw ogen lichtte altijd op als ik de kamer binnenkwam, alles wilde je weten. Je was oprecht geïnteresseerd.
Soms ging ik gewoon naast je zitten, tijdens de zeldzame momenten dát je ging zitten. Dan hield ik je hand vast, dat vond je fijn. Ik ook. Je rook altijd zo heerlijk, je verzorgde jezelf graag en goed.
Nu snap ik wat je bedoelde als je zei dat je me zo lief vond toen ik klein was, nu begrijp ik waar je zo van genoot. Het verontwaardigt me niet meer. "Nu ben ik toch ook lief?" Zei ik dan. Tegenwoordig zou ik dat niet meer doen, nu begrijp ik hoe kinderen veranderen en hoe pijnlijk het gemis kan zijn, ondanks alles wat je ervoor in de plaats krijgt.
Met de andere man uit mijn leven was het anders, hoewel mijn prille jeugd wel de enige tijd was dat alles nog zo makkelijk leek, kwam er later ook meer begrip. Hij was slechter dan jij in het laten blijken van liefde. Hij was er wat onhandig in, kneep me fijn.
Maar met hetzelfde resultaat.

Niet gehinderd door het ontbreken van het gok-gen waren dit de hoogtepunten van deze avonden voor mij. Toen ik klein was ook wel frustrerend door het niet mee mogen doen. En áls ik dan eens mee mocht spelen, kwam mijn frustratie door mijn onvermogen om het precies goed te doen. Het werd bepaald niet gewaardeerd als ik het hele spel weer eens verziekte.
Dit waren nu eenmaal serieuze zaken.
Het echte feest begon pas toen ik ouder werd. Zo rond mijn twaalfde levensjaar was ik een volleerde swikker.

Ik ben twaalf en ik stap binnen in het buurthuis. Om de ronde tafel zit een groepje achttienjarigen en mijn geoefend oog ziet meteen welk spel ze spelen. "mag ik meedoen?" Vraag ik wat verlegen. "Nee meissie, ga jij maar lekker limonade drinken, wij spelen hier niet met luciferhoutjes."
"Maar ik heb geld hoor." Ik haal mijn kraaltjesportemonnee tevoorschijn en laat ze de inhoud zien.
"Ok, als je dan zo graag je geld kwijtraakt, ga je gang." Antwoordt één van hen spottend.

Ik hoef natuurlijk niet te vertellen hoe dit afliep. Dit verhaal van het klassieke hustler scenario.
Maar het is een mooi verhaal.
Net als de herinnering aan de eerste mannen in mijn leven.
Het is nu eenmaal zo met familiebanden dat ze soms onovertrefbaar zijn. Later heb ik de liefde door en voor mannen ervaren in al zijn facetten. Ik ben geliefd en ik heb zelf liefgehad.
Maar ik heb me nooit meer zo geliefd gevoeld als door deze mannen.


Wat het is,
is dat het te heet is,
of juist te koud.
Te kaal of te overstelpend,
te liefdeloos of te overweldigend.
Hij te goed voor mij of juist niet goed genoeg,
en ik teveel gebreken, of te weinig, vergeleken met.
Een brij van betekenisloze woorden,
of te zwijgzaam.
Zo oppervlakkig of van binnen allang kapot.
Nooit eens bij me zitten,
of te aanhankelijk.
Dusdanig actief dat ik er moe van werd,
of ergerniswekkend lui.
Alleen bij de dag levend,
of het leven volplannend tot we tachtig zouden zijn.
Te saai,
of te vaak onder invloed.
Teveel van hem,
of teveel van mij.

Te heet, of juist te koud.

9 mei 2006

Gedachtendans.

Koortsachtig zuig ik alle informatie op in mijn door slaapgebrek geteisterde brein. Terwijl de zachte stilte van de nacht, naarmate de dag vordert, uitmondt in het helse kabaal van een stilte die geen stilte zou moeten zijn.
Maar door wie?
De gaten tussen de niet aflatende stroom woorden en getallen vul ik met de triviale tekst uit het goedkope boek. Voor 4,95 kun je veel letters kopen. "Dans met mij", is het literaire hoogstandje getiteld.
Toch nestelen zich gedachten in mijn hoofd die ik niet kan bedwingen. Mijn hersens laten zich niet zo makkelijk sturen. Voller dan vol is niet vol genoeg. Het is niet tegen te houden.
Maar welke kant is de juiste?
Ik ben weer eens bezig de zaken van meerdere kanten te belichten. Een eigenschap die ik soms kan haten. Hou het nu eens gewoon bij zwart-wit. Zwart-wit is de makkelijke, veilige weg. Maar ook de kleuren van degenen die niet nadenken. Of dat niet meer willen, omdat het grijs te pijnlijk werd.
Het is zo verleidelijk. En toch lukt het me niet.
De verrassende helderheid waarmee het zich door alles heen weet te manifesteren is onontkoombaar. De transparante openbaring waarin onwrikbare waarheden omver worden geworpen verwondert me.
Ik zie wat ik al wist en verkoos te negeren.

Omdat ik zo graag dans.


8 mei 2006

Kite.

Het mooist vind ik het als je erbij gaat zitten.
Als je staat ziet het er ook al prachtig uit,
maar nu kan ik dit ongestoord doen terwijl jij ingespannen bezig bent.
Ik zit achter je en kijk. De spieren van je rug, schouders en armen staan strak.
Ik zie hoe ze opgezwollen zijn door jouw krachtinspanning,
ik zie ze bewegen. Gefascineerd volg ik het schouwspel van anatomische perfectie.
Na verloop van tijd vormen zich kleine zweetdruppeltjes op je zongebruinde huid.
Alsof je het plaatje nog even helemaal af wilde maken voor me.
Maar jij hebt geen idee waar ik naar kijk,
je denkt waarschijnlijk dat ik dezelfde kant opkijk als jij.
Met opgeheven hoofd volg je de bewegingen die je creëert in de verte.
De vlieger scheert met luide, zoevende bewegingen heen en weer.
Je tekent een acht in de lucht,
je geniet.

Net als ik.