In heaven, there is no beer.
Was ik dit weekend nu van plan om verschrikkelijk dronken te worden, of was er ditmaal sprake van de uitzondering die de regel bevestigt?
Het is hoe dan ook wederom niet gelukt, en dat spijt mij niets. Dan heb ik namelijk de verschrikkelijke kater ook niet. Ik ben ook eigenlijk niet zo'n drinker. Het is meer dat ik van het idee van drank houd, dan van de daadwerkelijke drank. Ooit deed ik, want ik ben tenslotte niet geheel genetisch onbelast op dit gebied, een halfslachtige poging tot het alcoholisme. De halfslachtigheid zat hem niet in het gebrek aan inname, destijds haalde ik met gemak een fles wodka op een avond. En dan kon ik nog redelijk recht naar huis lopen. Nee: het zat hem in de tijdsduur. Al met al heeft het, inclusief de opbouw, nog geen half jaar geduurd. En dit met een frequentie van, ik meen me te herinneren (de herinneringen aan deze tijd zijn wat vaag) zo'n vier keer per week. Hiervoor had ik nooit last van een kater. De zeldzame whiskey-gelagen hadden nooit enig negatief effect op mijn functioneren de volgende dag. Als mijn meedrinkend gezelschap het de volgende dag over de vreselijke kater had, zei ik meestal maar zoiets van: “ Ja: het is inderdaad wel heel erg deze keer. De kater.” Maar, behalve een wat moe gevoel, had ik eigenlijk geen idee wat dat nou inhield, zo'n kater. Tot ik mij dus tot het alcoholisme bekeerde. Nu was het niet zo dat ik daar toen helemaal geen reden toe had. Hoewel geen één reden in dit geval natuurlijk een goede reden is. Maar, achteraf gezien, was het ook weer niet zo heel erg onbegrijpelijk, dat ik juist deze periode in mijn leven aangreep om de bodem van die fles eens aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Gelukkig werd ik gered door de katers, die steeds erger werden. Lichamelijk, maar vooral ook emotioneel. En het was al geen feest op dat gebied in mijn psyche, indertijd. Ook was het me altijd wel goed bevallen, om het zwarte schaap te zijn. En dat was ik ook al met reden, dus waarom zou ik dat nu ineens veranderen?
Het gevolg was dat ik ermee stopte. Geen druppel meer. Twee jaar lang. Ok: er zaten negen maanden bij dat ik niet in mijn eentje in mijn lichaam woonde, maar toch. Toch best lang.
Tegenwoordig drink ik dus zo nu en dan een borreltje 's avonds. Meestal laat ik het bij één, soms worden het er twee. Maar er zijn ook genoeg dagen dat ik helemaal niets drink. En dan zijn er nog de dagen dat ik verschrikkelijk dronken word (lees: dan heb ik wel vier of vijf alcoholische versnaperingen tot mij genomen, want ik ben snel aangeschoten (wat me wel weer een cheap date maakt)). Maar dat gebeurt dus bijna nooit. Alhoewel ik het wel vaak van plan ben. Dan heb ik dus alleen de voorpret. Niet de naweeën.
En daar is ook wel weer iets voor te zeggen.




Laatste reacties