« juli 2006 | Hoofdmenu | september 2006 »

4 augustus 2006

Flarden, deel twee.

Hij staat voorovergebogen, met zijn voorhoofd tegen de muur geleund. In zijn ene hand de telefoon waarmee hij aan het bellen is. De koffiebeker met het bedrijfslogo erop in zijn andere hand, vastgeklemd tussen hem en de muur. Hij merkt niet dat ik langsloop, weet niet dat hij gezien is op een moment dat hij even in zijn eigen wereld zit. De somberheid die uit zijn hele wezen straalt, staat in schril contrast tot zijn dagelijkse, jolige houding.

Maar hij speelt het goed. Dat moet ik hem nageven.

De gedachte dat het allemaal in de mens zelf zit komt steeds vaker bij me op. Niet eens alleen maar in de manier waarop we met elkaar omgaan, alswel in de onmogelijkheid tot wezenlijke communicatie. Mensen willen communiceren, delen. En dan nog het liefst met gelijkgestemden. We zijn voortdurend zoekend naar herkenning en erkenning. “ Kijk, ik ben zo gek nog niet. Jij denkt er tenslotte net zo over.” Maar het lukt nooit om alles te delen. Het is onmogelijk om overal begrip voor te krijgen. Je kunt die duizend gedachten op een dag nooit uiten.

Telepathie zou wellicht de oplossing zijn. Zijn we ook meteen van alle schijnheiligheid en hypocrisie af.

Zoveel mensen, zoveel rollen. We spelen stuk voor stuk onze eigen rol in dit stuk. Net zoals we allemaal onze zorgen en problemen met ons meedragen. De dingen waar we het niet over hebben. Alles wat we zo hard proberen te verbergen. Al is het maar acht uur per dag.

Hier praat je over je nieuwe huis, de kinderen. Of, als je het treft, over muziek of politiek. Maar het moet vooral niet te persoonlijk worden.

Ik merk dat ik er in meega. De behoefte om te delen heb ik hier niet.

Efficiency versus oprechtheid.

Het flatgebouw biedt 's avonds een blik op honderd verschillende werelden. Achter ieder verlicht raam dezelfde bank en dezelfde televisie. Van de jagers in de vrije natuur die we ooit waren, zijn we verworden tot die bank en die televisie. Oppervlakkig gezien lijkt het verschil alleen nog maar te zitten in de Ikea bank, of de Chesterfield. De verouderde televisie, met zijn irritante streperige beeldbuis, of de Flatscreen. Maar ondertussen spelen zich werelden af in de hoofden van al die verschillende mensen.

Werelden in werelden in werelden.

Hoe zouden ze mij zien? Hoe kom ìk over in deze rol? Als je mij een dag lang zou filmen hier, zou ik hoogstwaarschijnlijk verbaasd zijn bij het zien van de film. Zover kom ik nog wel.

“ Jij bent altijd zo positief.” Zei hij die het tenminste nog probeert. Hij doet poging op poging om me uit mijn tent te lokken. Gewoon omdat hij is zoals hij is. Omdat hij op zijn manier zo integer is, dat hij er nog genoegen in schept om muren te doorbreken.

Hij weet niets van de tijd dat ik het doemdenken tot lifestyle verhief. En hoe ik uiteindelijk een andere weg insloeg. Maar dat er heus nog wel een restje zit, ergens. Ik ben blij met zijn aanwezigheid hier.

De enige andere persoon die op een bewonderenswaardige manier zichzelf bleef is weg nu. Ik nam afscheid met gepaste oppervlakkigheid. In mijn angst dat mijn woorden verkeerd geïnterpreteerd zouden worden, zei ik niet wat ik echt dacht.

Ik zal je missen.

2 augustus 2006

Schoonmaken.

Zondag had ik ineens zin om de keuken schoon te maken. Nu is zin in schoonmaken bij mij helaas geen dagelijks terugkerend fenomeen, dus ik heb er maar meteen gevolg aan gegeven. De keuken, en dan met name de hoek rond mijn fornuis konden wel een sopje gebruiken. Dus ik toog zingend aan de gang.

Het knapte al lekker op op toen ik ineens een rare pijn door mijn hand voelde trekken. Een trillerig, zeer onaangenaam gevoel. “ Die hand heeft zeker even wat rust nodig.” Bedacht ik. Ik heb in het verleden behoorlijk last gehad van een RSI-achtig iets, met een moeilijke naam die ik steeds vergeet, aan beide handen. En ik heb het op mijn werk ook wel eens, als ik te lang ingespannen heb getypt, dat mijn handen raar gaan tintelen.

Maar vervolgens trok de afgrijselijke sensatie ook door mijn linkerhand. Nu moet ik zeggen dat ik qua pijn, tintelingen en dergelijke best wel wat heb meegemaakt in mijn handen, armen en schouders. Maar dit sloeg werkelijk alles. Afschuwelijk gewoon. Ik ging maar even koffie drinken in de tuin, in de hoop dat het vanzelf weg zou trekken. Maar intussen haalde ik me van alles in mijn hoofd. Dat er iets in mijn hoofd mis was gegaan sloot ik uit. Het zat tenslotte in beide handen, dus dat kon het niet zijn. Misschien dan die zeldzame afwijking die mijn moeder in één arm heeft? En dat het bij mij dan net toevallig in twee armen tegelijk was gebeurd. Of MS, mijn nichtje heeft dat tenslotte ook, en daar krijg je echt hele rare verschijnselen van.

Mijn hypochondrische gedachtegang ging nog even lekker door (ik was net met de gedachte aan een tumor in mijn wervelkolom aan het spelen) toen ik ineens een lumineus idee kreeg.

Want, wáárom gebeurde het eigenlijk steeds terwijl ik de wasemkap aan het schoonmaken was? En had ik niet flink met mijn fles keukenreiniger staan sprayen op dat ding, terwijl de afdekplaatjes van de lampjes eraf zijn?

Voorzichtig voelde ik aan de afzuigkap, en inderdaad.

Die stond dus onder stroom.

1 augustus 2006

Einde voorstelling

De kaartjes 

De kaartjes had ik al jaren liggen, ergens in mijn achterhoofd. Meestal dacht ik er niet aan, dat ik ze nog had. Te druk met leven enzo. Maar soms, tijdens van die momenten die je zo graag in een doosje zou doen en dan heel ver weg flikkeren (pardon, ik bedoel natuurlijk gooien), herinnerde ik me ze weer.

De route

De weg naar het theater was omgelegd. Nergens een aankondiging, maar dat is wel vaker zo.

Drie dagen en vier nachten was ik onderweg. De reis voerde mij langs grote, luidruchtige steden en door kleine slaperige dorpjes. Door de prachtigste landschappen en via desolate, dorre streken. Ik bedwong de hoogste, onneembaarste, kale bergtoppen. En ik genoot van lieflijke, groene, zachte heuvels. Soms waren de omstandigheden bar en boos, en verkilde de ijzige kou me tot op het bot. Maar er waren ook momenten van uitbundige zonneschijn, van een warmte die zelfs mijn ziel verwarmde. En op de achtergrond was altijd weer die zee. De zee die me zoveel rust bracht. De zee waar ik altijd mijn tranen in kwijt kon. Tranen die zich achteloos vermengenden met de zoute smaak van de voorspelling van mijn grootste genot.

De voorstelling

Ondanks dat mij werd verweten dat ik eigenlijk te laat was, kreeg ik toch toegang tot de voorstelling. Het gemiste begin zou ik gaandeweg wel inhalen. Ik vleide me neer in het zachte, behaaglijke pluche en liet het allemaal over me heen komen. Het spektakel dat zich voor mijn ogen afspeelde had alle elementen in zich waar ik heimelijk zolang naar had verlangd. De kaartjes maakten hun belofte meer dan waar. Het was overweldigend. Te overweldigend misschien wel. De rustmomenten waren te kort en altijd net incompleet. Maar verder: geweldig genoten hoor.

De finale

De finale kwam toch nog onverwachts, en was kort maar krachtig. Alleen: persoonlijk vond ik hem niet helemaal passend bij het stuk. Maar dat is mijn mening.

Afscheid nemen is tenslotte nooit echt mijn ding geweest.