14 februari 2008

Toveren

Als ik dan atheïst zou zijn, laat het me nu niet zijn.

Want dan kon ik vannacht niet hopen op een wonder.

En ik zou alleen maar machteloos af kunnen wachten.

En als ik dan een christen zou zijn, laat me nu christen zijn.

Dan zal ik vannacht bidden tot God.

En Jezus zal je misschien helen.

Voorbij de onmacht, want het is in Gods handen.

Maar als ik dan een heks zou zijn, laat me vannacht dan maar heks zijn.

Dan zal ik vannacht de krachten van de natuur aanroepen.

En morgen zal alles anders zijn.

En jij was heel even verbaasd, dat dit zomaar kon gebeuren.

Maar mij zou het niet verrassen.

Want heksen kunnen nu eenmaal toveren.

27 april 2007

Casual Friday

Zullen we doen alsof het al zaterdag is?

Dan trek ik een luchtig zomerjurkje aan en jij een afgeknipte spijkerbroek.

Mijn haar gooi ik los en jij laat je baard staan.

En we brengen wijn mee.

Droog en perfect op smaak, goed gekoeld zodat de druppels van de glazen rollen.

Want een mens moet goed drinken, op warme dagen als vandaag.

Elk half uur nemen we een flinke rookpauze en komen steeds een tikje minder nuchter terug.

Excel gebruiken we alleen om het aantal zonnestralen op te tellen

En in Word doen we een wedstrijd wie de flauwste limerick maakt.

Er was eens een meisje dat niet werkte

Maar er was niemand die dat merkte

Zij hadden het weekend in hun hoofd

En niemand had het überhaupt geloofd

Omdat zij zich altijd als zo’n toegewijde kracht kenmerkte

4 augustus 2006

Flarden, deel twee.

Hij staat voorovergebogen, met zijn voorhoofd tegen de muur geleund. In zijn ene hand de telefoon waarmee hij aan het bellen is. De koffiebeker met het bedrijfslogo erop in zijn andere hand, vastgeklemd tussen hem en de muur. Hij merkt niet dat ik langsloop, weet niet dat hij gezien is op een moment dat hij even in zijn eigen wereld zit. De somberheid die uit zijn hele wezen straalt, staat in schril contrast tot zijn dagelijkse, jolige houding.

Maar hij speelt het goed. Dat moet ik hem nageven.

De gedachte dat het allemaal in de mens zelf zit komt steeds vaker bij me op. Niet eens alleen maar in de manier waarop we met elkaar omgaan, alswel in de onmogelijkheid tot wezenlijke communicatie. Mensen willen communiceren, delen. En dan nog het liefst met gelijkgestemden. We zijn voortdurend zoekend naar herkenning en erkenning. “ Kijk, ik ben zo gek nog niet. Jij denkt er tenslotte net zo over.” Maar het lukt nooit om alles te delen. Het is onmogelijk om overal begrip voor te krijgen. Je kunt die duizend gedachten op een dag nooit uiten.

Telepathie zou wellicht de oplossing zijn. Zijn we ook meteen van alle schijnheiligheid en hypocrisie af.

Zoveel mensen, zoveel rollen. We spelen stuk voor stuk onze eigen rol in dit stuk. Net zoals we allemaal onze zorgen en problemen met ons meedragen. De dingen waar we het niet over hebben. Alles wat we zo hard proberen te verbergen. Al is het maar acht uur per dag.

Hier praat je over je nieuwe huis, de kinderen. Of, als je het treft, over muziek of politiek. Maar het moet vooral niet te persoonlijk worden.

Ik merk dat ik er in meega. De behoefte om te delen heb ik hier niet.

Efficiency versus oprechtheid.

Het flatgebouw biedt 's avonds een blik op honderd verschillende werelden. Achter ieder verlicht raam dezelfde bank en dezelfde televisie. Van de jagers in de vrije natuur die we ooit waren, zijn we verworden tot die bank en die televisie. Oppervlakkig gezien lijkt het verschil alleen nog maar te zitten in de Ikea bank, of de Chesterfield. De verouderde televisie, met zijn irritante streperige beeldbuis, of de Flatscreen. Maar ondertussen spelen zich werelden af in de hoofden van al die verschillende mensen.

Werelden in werelden in werelden.

Hoe zouden ze mij zien? Hoe kom ìk over in deze rol? Als je mij een dag lang zou filmen hier, zou ik hoogstwaarschijnlijk verbaasd zijn bij het zien van de film. Zover kom ik nog wel.

“ Jij bent altijd zo positief.” Zei hij die het tenminste nog probeert. Hij doet poging op poging om me uit mijn tent te lokken. Gewoon omdat hij is zoals hij is. Omdat hij op zijn manier zo integer is, dat hij er nog genoegen in schept om muren te doorbreken.

Hij weet niets van de tijd dat ik het doemdenken tot lifestyle verhief. En hoe ik uiteindelijk een andere weg insloeg. Maar dat er heus nog wel een restje zit, ergens. Ik ben blij met zijn aanwezigheid hier.

De enige andere persoon die op een bewonderenswaardige manier zichzelf bleef is weg nu. Ik nam afscheid met gepaste oppervlakkigheid. In mijn angst dat mijn woorden verkeerd geïnterpreteerd zouden worden, zei ik niet wat ik echt dacht.

Ik zal je missen.

2 augustus 2006

Schoonmaken.

Zondag had ik ineens zin om de keuken schoon te maken. Nu is zin in schoonmaken bij mij helaas geen dagelijks terugkerend fenomeen, dus ik heb er maar meteen gevolg aan gegeven. De keuken, en dan met name de hoek rond mijn fornuis konden wel een sopje gebruiken. Dus ik toog zingend aan de gang.

Het knapte al lekker op op toen ik ineens een rare pijn door mijn hand voelde trekken. Een trillerig, zeer onaangenaam gevoel. “ Die hand heeft zeker even wat rust nodig.” Bedacht ik. Ik heb in het verleden behoorlijk last gehad van een RSI-achtig iets, met een moeilijke naam die ik steeds vergeet, aan beide handen. En ik heb het op mijn werk ook wel eens, als ik te lang ingespannen heb getypt, dat mijn handen raar gaan tintelen.

Maar vervolgens trok de afgrijselijke sensatie ook door mijn linkerhand. Nu moet ik zeggen dat ik qua pijn, tintelingen en dergelijke best wel wat heb meegemaakt in mijn handen, armen en schouders. Maar dit sloeg werkelijk alles. Afschuwelijk gewoon. Ik ging maar even koffie drinken in de tuin, in de hoop dat het vanzelf weg zou trekken. Maar intussen haalde ik me van alles in mijn hoofd. Dat er iets in mijn hoofd mis was gegaan sloot ik uit. Het zat tenslotte in beide handen, dus dat kon het niet zijn. Misschien dan die zeldzame afwijking die mijn moeder in één arm heeft? En dat het bij mij dan net toevallig in twee armen tegelijk was gebeurd. Of MS, mijn nichtje heeft dat tenslotte ook, en daar krijg je echt hele rare verschijnselen van.

Mijn hypochondrische gedachtegang ging nog even lekker door (ik was net met de gedachte aan een tumor in mijn wervelkolom aan het spelen) toen ik ineens een lumineus idee kreeg.

Want, wáárom gebeurde het eigenlijk steeds terwijl ik de wasemkap aan het schoonmaken was? En had ik niet flink met mijn fles keukenreiniger staan sprayen op dat ding, terwijl de afdekplaatjes van de lampjes eraf zijn?

Voorzichtig voelde ik aan de afzuigkap, en inderdaad.

Die stond dus onder stroom.

1 augustus 2006

Einde voorstelling

De kaartjes 

De kaartjes had ik al jaren liggen, ergens in mijn achterhoofd. Meestal dacht ik er niet aan, dat ik ze nog had. Te druk met leven enzo. Maar soms, tijdens van die momenten die je zo graag in een doosje zou doen en dan heel ver weg flikkeren (pardon, ik bedoel natuurlijk gooien), herinnerde ik me ze weer.

De route

De weg naar het theater was omgelegd. Nergens een aankondiging, maar dat is wel vaker zo.

Drie dagen en vier nachten was ik onderweg. De reis voerde mij langs grote, luidruchtige steden en door kleine slaperige dorpjes. Door de prachtigste landschappen en via desolate, dorre streken. Ik bedwong de hoogste, onneembaarste, kale bergtoppen. En ik genoot van lieflijke, groene, zachte heuvels. Soms waren de omstandigheden bar en boos, en verkilde de ijzige kou me tot op het bot. Maar er waren ook momenten van uitbundige zonneschijn, van een warmte die zelfs mijn ziel verwarmde. En op de achtergrond was altijd weer die zee. De zee die me zoveel rust bracht. De zee waar ik altijd mijn tranen in kwijt kon. Tranen die zich achteloos vermengenden met de zoute smaak van de voorspelling van mijn grootste genot.

De voorstelling

Ondanks dat mij werd verweten dat ik eigenlijk te laat was, kreeg ik toch toegang tot de voorstelling. Het gemiste begin zou ik gaandeweg wel inhalen. Ik vleide me neer in het zachte, behaaglijke pluche en liet het allemaal over me heen komen. Het spektakel dat zich voor mijn ogen afspeelde had alle elementen in zich waar ik heimelijk zolang naar had verlangd. De kaartjes maakten hun belofte meer dan waar. Het was overweldigend. Te overweldigend misschien wel. De rustmomenten waren te kort en altijd net incompleet. Maar verder: geweldig genoten hoor.

De finale

De finale kwam toch nog onverwachts, en was kort maar krachtig. Alleen: persoonlijk vond ik hem niet helemaal passend bij het stuk. Maar dat is mijn mening.

Afscheid nemen is tenslotte nooit echt mijn ding geweest.

31 juli 2006

In heaven, there is no beer.

Was ik dit weekend nu van plan om verschrikkelijk dronken te worden, of was er ditmaal sprake van de uitzondering die de regel bevestigt?

Het is hoe dan ook wederom niet gelukt, en dat spijt mij niets. Dan heb ik namelijk de verschrikkelijke kater ook niet. Ik ben ook eigenlijk niet zo'n drinker. Het is meer dat ik van het idee van drank houd, dan van de daadwerkelijke drank. Ooit deed ik, want ik ben tenslotte niet geheel genetisch onbelast op dit gebied, een halfslachtige poging tot het alcoholisme. De halfslachtigheid zat hem niet in het gebrek aan inname, destijds haalde ik met gemak een fles wodka op een avond. En dan kon ik nog redelijk recht naar huis lopen. Nee: het zat hem in de tijdsduur. Al met al heeft het, inclusief de opbouw, nog geen half jaar geduurd. En dit met een frequentie van, ik meen me te herinneren (de herinneringen aan deze tijd zijn wat vaag) zo'n vier keer per week. Hiervoor had ik nooit last van een kater. De zeldzame whiskey-gelagen hadden nooit enig negatief effect op mijn functioneren de volgende dag. Als mijn meedrinkend gezelschap het de volgende dag over de vreselijke kater had, zei ik meestal maar zoiets van: “ Ja: het is inderdaad wel heel erg deze keer. De kater.” Maar, behalve een wat moe gevoel, had ik eigenlijk geen idee wat dat nou inhield, zo'n kater. Tot ik mij dus tot het alcoholisme bekeerde. Nu was het niet zo dat ik daar toen helemaal geen reden toe had. Hoewel geen één reden in dit geval natuurlijk een goede reden is. Maar, achteraf gezien, was het ook weer niet zo heel erg onbegrijpelijk, dat ik juist deze periode in mijn leven aangreep om de bodem van die fles eens aan een nader onderzoek te onderwerpen.

Gelukkig werd ik gered door de katers, die steeds erger werden. Lichamelijk, maar vooral ook emotioneel. En het was al geen feest op dat gebied in mijn psyche, indertijd. Ook was het me altijd wel goed bevallen, om het zwarte schaap te zijn. En dat was ik ook al met reden, dus waarom zou ik dat nu ineens veranderen?

Het gevolg was dat ik ermee stopte. Geen druppel meer. Twee jaar lang. Ok: er zaten negen maanden bij dat ik niet in mijn eentje in mijn lichaam woonde, maar toch. Toch best lang.

Tegenwoordig drink ik dus zo nu en dan een borreltje 's avonds. Meestal laat ik het bij één, soms worden het er twee. Maar er zijn ook genoeg dagen dat ik helemaal niets drink. En dan zijn er nog de dagen dat ik verschrikkelijk dronken word (lees: dan heb ik wel vier of vijf alcoholische versnaperingen tot mij genomen, want ik ben snel aangeschoten (wat me wel weer een cheap date maakt)). Maar dat gebeurt dus bijna nooit. Alhoewel ik het wel vaak van plan ben. Dan heb ik dus alleen de voorpret. Niet de naweeën.

En daar is ook wel weer iets voor te zeggen.

23 juli 2006

De jeugd en de toekomst.

Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik best een tikje ijdel ben. Maar ook dat ik iemand ben die altijd heel hard roept dat ware schoonheid van binnen zit. Een overtuiging waar ik helemaal achter sta. Alhoewel ik het leuk vind als mensen er wat van maken, een beetje hun best doen om uiterlijk goed voor de dag te komen, is dat voor mij niet waar het wezenlijk om gaat. Bij anderen.

Juist: andere mensen. Dat zijn alle mensen buiten mij dus. Want het houdt mij bezig, de laatste tijd zelfs meer dan normaal.

Het uiterlijke verval.

Ik betrap mezelf erop dat ik me af vraag hoe het zal zijn als de deur niet meer voor me open wordt gehouden. Als automobilisten niet langer glimlachend op hun rem gaan staan om mij over te laten steken als ik weer eens alle zebrapaden negeer. Of erger nog: als ze vaderlijk bezorgd gaan afremmen, omdat ik niet meer zo goed ter been ben. Hoe zal het zijn om een kroeg binnen te komen en alle mannelijke ogen wenden zich direct ongeïnteresseerd af? En hoe bedrijf je de liefde, zonder de bewondering, zonder de geruststellende wetenschap dat zijn hand zachtheid voelt daar waar het zacht hoort te zijn. Ik huiver bij de gedachte aan rimpels op plaatsen waar ik niet eens had gedacht dat ze er zouden kunnen zitten, laat staan dat iemand anders ze voelt. Of dat ik nooit meer zal horen dat ik het mooist ben als ik net wakker ben. Al heb ik dat zelf nooit begrepen.

En dan de gunsten. Het tafeltje in het overvolle restaurant. Die twee in de kantine die laatst over elkaar heen vielen om mijn koffie in te kunnen schenken. De lange wachtrijen die ineens veel korter blijken. De aangeboden stoelen en barkrukken. Hoe naïef ik ook kan zijn, ik realiseer me best dat ik soms dingen makkelijker voor elkaar krijg omdat ik toevallig geen lelijke trol met flink wat overgewicht ben.

Maar hoe lang nog? En hoe ga ik dat vinden? Ga ik werkelijk gewoon lekker genieten van al het mooie en fijne dat tijdloos is? Zoals muziek, de natuur, een goed gesprek en lekker eten. Ben ik wel zo wijs als mijn eigen woorden? Of steven ik hier recht op een mega midlife crisis af?

Het zou kunnen dat ik me ook hier wel weer doorheen relativeer. Net zoals ik dit stukje nu alvast ga relativeren door te zeggen dat ikzelf de laatste ben die zal zeggen dat ik nu zo'n mooie vrouw ben, zoals misschien lijkt uit bovenstaande. Want dat is niet zo.

En de oppervlakkigheid die eruit blijkt is mij ook duidelijk. Maar het voelt een beetje als de tijd dat ik me ineens af vroeg of er wel whiskey zou zijn, in de hemel. En harde muziek, sex om de lust en chocoladeijs. Toen ik ineens bedacht dat ze daar misschien alleen harpmuziek hebben, en verantwoorde voeding. En ik doodsangsten uitstond bij het idee daar de eeuwigheid door te moeten brengen. Tot ik me ineens realiseerde wat zonde het is me daar nu al druk over te maken. “ Dat zien we wel als het zover is,” was uiteindelijk afdoende om het probleem van de baan te schuiven.

Dus ik wacht eigenlijk op het verhelderende moment dat ik ga denken:

"Dat zie ik wel als ik een dikke ouwe taart ben, laat ik voorlopig nog maar even genieten.”

Zo lang het nog kan.

9 juli 2006

Uitzichtloos.

Over de Westertoren schrijven bleek de Goden verzoeken. Je mag wel blij zijn, maar je moet nooit te hard juichen. Dus ik raakte de Westertoren kwijt en kreeg als goedmakertje inzicht.

Over dromen die je blijven achtervolgen en alleen maar toenemen in hun vermogen je dag te overschaduwen met de herinnering aan de nacht. Als de dag allang plaats heeft gemaakt voor zijn tegenhanger, blijft de bittere smaak van de droom hangen, zoals van verrot voedsel dat telkens weer omhoog komt. Over hoe ik een labiel vat vol emoties word als ik niet kan ventileren, en mijn onvermogen daartoe. En over het onvermogen van anderen die er nog veel beter in zijn dan ik.

6 juli 2006

Westertoren.

Westertoren

De trappen, het zijn er negen, zijn van licht marmer. Ze lijken gemaakt om met blote voeten vanaf te rennen. Op weg naar vijftien minuten vrijheid. Al schijn ik de enige te zijn die er zo over denkt.

Ik ben in elk geval nog niemand tegen gekomen die dit genoegen met me deelde.

Ze weten niet wat ze missen.

Buiten ben ik kennelijk niet de enige die de geneugten van de andere trap kan waarderen. Hier zit je in de schaduw en er waait altijd een verfrissende bries. De anderen kan ik wel zien, vanaf deze trap. Zij zien mij niet, kijken niet omhoog. Druk zal het er niet snel worden. Het is er niet gezellig, het is koel en het biedt privacy. Maar in sociaal opzicht is het geen goede plek. Toch zie ik soms een sigarettenpeuk, en vandaag een vergeten pen. Het idee dat ik niet de enige ben die zich hier terugtrekt met een schrijfblok amuseert me.

Op het eerste gezicht volledig aangepast. Mij zul je niet snel meer zien schoppen, ik heb andere prioriteiten. Maar ik laat het ook veel makkelijker langs me heen glijden.

Ik tel gewoon mijn zegeningen.

Zoals mijn trappen.

En, niet te vergeten, de Westertoren.

19 juni 2006

Anders.

Alleen omdat het kan, wil nog niet zeggen dat het mag.

Alleen omdat het niet zou mogen, hoeft het nog niet slecht te zijn

Alleen omdat het niet slecht zou zijn, hoef ik het nog niet te doen.

Alleen omdat ik het niet zou doen, betekent niet dat ik het niet zou kunnen.

Alleen omdat ik het misschien zou kunnen, zegt nog niet dat ik er toe in staat zou zijn.

Alleen omdat ik er wellicht toe in staat zou zijn, wil nog niet zeggen dat ik het zou wensen.

Alleen omdat ik het niet voor mezelf zou wensen, betekent niet dat ik jou er om veroordeel.

Alleen omdat ik jou niet veroordeel, hoef je niet te denken dat ik zoals jij zou willen zijn.

Alleen omdat ik zelf niet zo zou willen zijn, betekent niet dat jij je anders zou moeten gedragen.

Alleen maar dat jij jezelf mag zijn.

En ik ook.

29 mei 2006

Mist.

Ik ben haar al een tijdje aan het zoeken als ik haar eindelijk vind. Ze zit op een bankje aan het water voor zich uit te staren. Maar ze ziet niet. Niets ziet ze van hetgeen zich voor haar ogen afspeelt, laat staan de schoonheid die er in verborgen ligt. Maar ze heeft het vermogen om te creëren niet verloren. Water heeft vele verschijningsvormen. Ze heeft een vage herinnering aan warm gecombineerd met zout en zand. En ijs. Ze houdt niet van ijs. "Laat het dan maar de mist zijn," denkt ze. En zo geschiedde. De mensen om haar heen verdwijnen terwijl de mist om rondom haar steeds dikker wordt. En ze langzaam verdwijnt. Ik laat haar maar even.

22 mei 2006

Noodweer.

De regen klettert met enorme grote druppels neer op de bus. Het meisje ziet de stralende zon aan haar kant van het voertuig, en de donkergrijze massa aan de andere kant. Ze heeft even het gevoel dat ze in twee werelden zit. De man bij het raam vangt haar vage, onderzoekende blik en zet zijn afschrikwekkendste gezicht op.

Zit die blonde trut alweer naar me te kijken.

Steels kijkt hij enkele ogenblikken later weer haar kant op. Ze kijkt nog steeds.

Jesus, ze heeft zeker nog nooit een neger gezien ofzo...

Hoe hij ook zijn best doet om het zich niet aan te trekken: hij kan er maar niet aan wennen dat mensen hem zo aanstaren. Hij weet best wel dat zijn huid inktzwart is en zijn voorkomen imposant. Vrouwen verstijven vaak als ze hem aan zien komen lopen, en dat terwijl hij nog geen lieveheersbeestje kwaad zou doen. Sterker nog: hij zet lieveheersbeestjes altijd buiten als hij ze ergens binnen aantreft, gevangen in een wereld zonder groene blaadjes. Dan pakt hij het beestje heel voorzichtig op met zijn grote, zwarte handen en zoekt buiten net zo lang totdat hij een mooi, groen blaadje heeft gevonden.

Maar hij is het ineens zo zat allemaal. Als hij ziet dat ze alweer kijkt, richt hij zich op en loopt naar het meisje. "Wat moet je nou?" Vraagt hij op barse toon. "Van jou?" "Niks." Antwoordt ze, terwijl ze schuin langs hem heen kijkt in de richting van het raam waar hij zojuist zat.

"Ik zoek alleen maar naar de regenboog..."

9 mei 2006

Gedachtendans.

Koortsachtig zuig ik alle informatie op in mijn door slaapgebrek geteisterde brein. Terwijl de zachte stilte van de nacht, naarmate de dag vordert, uitmondt in het helse kabaal van een stilte die geen stilte zou moeten zijn.
Maar door wie?
De gaten tussen de niet aflatende stroom woorden en getallen vul ik met de triviale tekst uit het goedkope boek. Voor 4,95 kun je veel letters kopen. "Dans met mij", is het literaire hoogstandje getiteld.
Toch nestelen zich gedachten in mijn hoofd die ik niet kan bedwingen. Mijn hersens laten zich niet zo makkelijk sturen. Voller dan vol is niet vol genoeg. Het is niet tegen te houden.
Maar welke kant is de juiste?
Ik ben weer eens bezig de zaken van meerdere kanten te belichten. Een eigenschap die ik soms kan haten. Hou het nu eens gewoon bij zwart-wit. Zwart-wit is de makkelijke, veilige weg. Maar ook de kleuren van degenen die niet nadenken. Of dat niet meer willen, omdat het grijs te pijnlijk werd.
Het is zo verleidelijk. En toch lukt het me niet.
De verrassende helderheid waarmee het zich door alles heen weet te manifesteren is onontkoombaar. De transparante openbaring waarin onwrikbare waarheden omver worden geworpen verwondert me.
Ik zie wat ik al wist en verkoos te negeren.

Omdat ik zo graag dans.


17 april 2006

Vraag.

Dit is een vraag. Een directe vraag, waarvan ik niet weet of ik deze wel mag stellen.
Want er is een hoop ellende in de wereld. Als je de leefomstandigheden en problemen van sommige mensen vergelijkt met de mijne, dan kom ik er echt niet slecht vanaf.
Dat weet ik ook wel.

Maar toch hè?
Kent U "Friends"? Die televisieserie bedoel ik.
Hebben jullie eigenlijk tv daar?
Enfin: Het begint altijd met een muziekje. "Het was je dag, week of maand niet, zelfs niet je jaar."
Tsja...

Wat ik eigenlijk wilde zeggen, is dat ik zo graag eens wat rust zou willen.
Ja, ik weet best dat ik dan vast ga klagen dat het saai is. Maar daar moet U dan maar niet naar luisteren.
En misschien ook wel niet hoor. Eerlijk gezegd kan ik me op het moment niets heerlijkers voorstellen dan een saai jaar.
Geweldig.

Maar ik weet dus niet of ik wel het recht heb überhaupt iets te vragen.
Ook weet ik niet zeker of U dit kunt regelen, maar ik weet wel dat U de enige persoon bent die het misschien zou kunnen.
Want ik weet dat U er bent. Net zoals U weet dat ik het weet.
Het is lang geleden, maar ik ben het niet vergeten. Enigszins verbaasd was ik wel, maar dan vooral dat u toch een man bleek te zijn. Dat had ik niet verwacht.
Ja, sorry hoor. Dat is nu eenmaal zo.

Ik zou kunnen zeggen dat ik het wel verdien. U kent al mijn fouten en mijn goede kanten. U weet als geen ander dat mijn bedoelingen zelden slecht zijn. Alleen dat tikje wraaklustige. Ik weet het. Maar daar zal ik dan proberen iets aan te doen. Dat zal dan mijn tegenprestatie zijn. En U weet dat ik een groot hart heb, mensen meestal liefdevol en met de beste intenties bejegen. Er zijn een hoop mensen die stukken egoïstischer zijn dan ik. Ook best wel veel die nooit zo'n jaar hebben.
Ik bedoel maar.

Nu kunt u natuurlijk beginnen over eigen verantwoordelijkheid en zo.
Alleen: Het lijkt me zo fijn om gewoon lekker aan die baan te beginnen, en dat het dan verder gewoon rustig is.
Geen verleidingen op mijn pad. Geen nare dingen.
Zou dat misschien kunnen?
Als het kan, zal ik echt wel dankbaar zijn.

Ohja: Mocht u nu denken: "Waar haalt ze de arrogantie vandaan om mij zoiets te vragen?"
Dan moet U maar zo denken:
You can't blame a girl for tryin'. En ik ben ook niet volmaakt.
Ik ben tenslotte God niet.


29 maart 2006

Barcelona.


In Barcelona is het altijd warm.

Ik zie Koekie voor me met bruine wangen en zonblonde haren. Ze speelt op een wit zandstrand met Spaanse kindjes.
Binnen een maand spreekt ze vloeiend Spaans.
Zelf heb ik er meer moeite mee, maar dat is niet erg, ik red me evengoed wel als serveerster.

In Oostenrijk is het altijd mooi.

Ik zie Koekie voor me, ze rolt lachend van de berg af. Ze straalt door de gezonde berglucht en ze houdt net zoveel van de bergen als haar mamma.
Binnen een maand spreekt ze vloeiend Duits.
We genieten elke dag van de mooie natuur en ik red me prima als braadworstenverkoopster.

Ik zie een meer in Canada en een houten huis.
Ik zie een huis op Terschelling in de duinen.
Ik zie een boerderij in het binnenland van Portugal.

Ik zie en ik droom.
Ik voorzie en ik wil vluchten.


18 maart 2006

Just do it.


Iedere keer als mijn log zich opent, denk ik:
"Nog stééds die saaie lay-out?"
Dan ben ik dus even vergeten dat ie heus niet uit zichzelf zal veranderen.

Toen Koekie nog een heel klein koekje was had ik dat ook soms. "Het is zo tijd voor haar fruithapje." Dacht ik dan terwijl ik afwachtend om me heen begon te kijken.
Ohja...
Mijn moeder maakte van die schaaltjes voor me, met hapklare stukjes fruit.
Tot mijn achttiende ofzo. Maar waarschijnlijk zou ze het nu nog wel willen.
Het was best wennen dat ík ineens de moeder was.

Vanmorgen om zeven uur ging de wekker.
Wat helemaal niet fijn is als je om vier uur ging slapen.
Maar de auto moest daar om acht uur weg zijn, op straffe van tweehonderddertig euro wegsleepkosten.
Dan wil je wel.

Maar zij komt vanmiddag.
In mijn huis. Mijn persoonlijke, afgesloten wereldje. Waarin ik zelden nieuwe mensen toelaat.
Toegankelijk, zeggen ze.
Sociaal, ook wel.
Mijn communicatieve vaardigheden zijn zó goed.
Ik lach wel en ik praat wel.
Ja: in de kroeg. Met een borrel in mijn hand.

Als iemand voor het eerst bij me thuis komt, dan ga ik opruimen.
Dingen schoonmaken die ik normaal gesproken niet zie.
Het liefst ging ik nu de gordijnen wassen.

Mijn huis is de plaats waar ik me aan de buitenwereld kan onttrekken.
Zeker in de weekenden, als Koekie er niet is.
Voel ik daar geen griepje opkomen?

Nee.
Geen uitvluchten.
Ik ga het gewoon doen.
Ze is welkom.

17 maart 2006

En u bent?


Er zijn van die dingen die je meteen moet zeggen want later kan het niet meer.
Later is het dan raar en gek en niemand wil raar en gek overkomen.

Zo liep ik laatst in de stad en dacht in de mij tegemoetkomende vrouw een bekende te herkennen. Dus ik groet haar, waarop zij me heel hartelijk teruggroet. Ohnee, dacht ik meteen. Het is haar niet. Nouja, geeft niks. Toch leuk gezwaaid.
Tien minuten later ga ik ergens aan de bar zitten en bestel een kop koffie. Vrijwel onmiddellijk stapt dezelfde onbekende vrouw binnen. Lachend begroet ik haar terwijl ze naar me toe komt lopen. Ik wil net zeggen dat het best grappig is hoe we beide de ander voor een iemand anders aanzagen als ze uitroept: "Heyyyy Nova , wat leuk! Zo zien we elkaar nooit en nu al twee keer vandaag."
Ze komt gezellig naast me zitten terwijl ik naarstig mijn geheugen probeer op te frissen. "Wie is dit in vredesnaam?" Vraag ik me af. "Alles goed met je, meid?" Vraagt de onbekende/bekende vrouw. "Uhh, ja prima hoor." "En met jou?" Vraag ik maar omdat ze me wat afwachtend aankijkt. Met haar ging het ook goed, ze had net een nieuwe baan, nog steeds in het onderwijs. Wat natuurlijk geen grote verassing was, dat zij in het onderwijs terecht zou komen. Zei ze. Alsof het heel vanzelfsprekend was dat ik dat wel zou snappen.
Ik knikte maar wat terwijl ik me afvroeg of ze me misschien niet verwarde met een andere Nova.
"Maar hoe is het nou met die en die?" Vraagt ze dan. Ohjee, ze kent die en die ook al. En als ze me vraagt of we nog steeds zulke dikke vriendinnen zijn wordt het me duidelijk dat ze me toch echt kent. "Wás die en die hier nu maar." Denk ik. Die heeft een ijzeren geheugen voor personen en namen. Zij weet altijd nog precies de namen van onze vroegere buren en andere buurtgenootjes. "Je bedoelt die met dat Fred Flinstone haar, of die ene die altijd zo hard schreeuwde?" Zeg ik dan altijd. Ik heb de neiging om mensen te onthouden aan hun bijzondere kenmerken, niet aan hun naam. Heel lastig soms.
De vrouw naast me heeft geen idee van mijn verwarring en babbelt gezellig verder over Michel. "je weet wel, die jongen waar ik zo lang verkering mee had." Waar het uiteindelijk toch niks mee werd. En dat ze nu met Frans getrouwd is, al elf jaar. "Zooo." Zeg ik maar. En dat dat al best lang is. Terwijl ik me zo langzamerhand af begin te vragen of ik niet in een beginnend stadium van dementie verkeer. Omdat ik ook al geen flauw idee heb wie Michel is.
Ik kijk maar eens omslachtig op mijn horloge en zeg dat ik er echt vandoor moet.
Ze zegt dat het erg leuk was me weer eens gesproken te hebben. Ik antwoord dat ik het ook heel leuk vond om haar weer eens te zien en loop snel naar buiten.

Echt: de volgende keer dat ik weer eens niet weet wie iemand is, vráág ik het gewoon.
Meteen.


2 maart 2006

Waar is het feest?


Het is wat met die lay-out van mij.
Of beter gezegd: het is helemaal niks nu. En op korte termijn zal het ook wel niks meer worden. Ik kom er gewoonweg niet uit.
Ideeën genoeg hoor, het ene nog onuitvoerbaarder dan het andere.
Het punt is alleen dat ik niet kan kiezen. Nu zit dat ook wel een beetje in mij: niet kunnen kiezen. Het fenomeen besluiteloosheid is mij niet geheel vreemd.
Uit eten gaan bijvoorbeeld. Vreselijk. Niet om het eten op zich hoor. Ik ben dol op lekker eten. Zeker in leuk gezelschap. Goed gesprek, wijntje erbij. Helemaal leuk.
Maar die menukaart is voor mij altijd een kleine ramp. Dan moet ik namelijk kiezen uit een heleboel dingen die ik allemaal wel zou willen proberen. En dat wil nog wel eens even duren bij mij. Het liefst bestelde ik overal een heel klein beetje van. Allemaal verschillende kleine probeerhapjes: mijn persoonlijke restauranthemel. Ik ben ook altijd bang dat ik net niet het lekkerste kies. Dat ik bijvoorbeeld vis bestel en dat er vervolgens vijf minuten later de meest aanlokkelijke biefstuk ooit op het tafeltje naast me gedeponeerd wordt. Shit. Had ik nou maar. Enzo.
De "waar is het feest mentaliteit", noem ik het ook wel. Hoewel dat ook betekent dat je zoveel mogelijk probeert te genieten, altijd net op de leukste plek wilt zijn, heeft het ook iets in zich van niet kunnen kiezen.
Want het andere feest zou best wel eens leuker kunnen zijn. Maar dat weet je pas als je er bent geweest. Alleen: om er te komen moet je dit feest verlaten.
Dat heb ik dus ook met die lay-out. Niet met deze, die ik nu heb. Dit is meer een soort van neutrale overgangslay-out. Maar die ene die hierna komt, die dus.
Ik heb al bedacht dat ik ook gewoon elke week een andere kan nemen. Want het maken op zich, daar vermaak ik me prima mee. Toch heb ik er liever één waar ik in elk geval weer een paar maanden mee vooruit kan.
Ook lay-outs máken gaat vervelen, op den duur.
Tenslotte.

20 februari 2006

Geen appel meer.


Het zaadje werd een plantje werd een boompje werd een boom.
Bloesem werd appel viel op de grond lag daar appel te zijn.
Appel werd opgegeten werd zaadje op de aarde.
Zaadje werd plantje wilde geen appel meer zijn.
Plantje dacht alles te kunnen worden dat het wilde zijn.
Als het maar nieuw was.


Nova.

Mijn nieuwe naam.


23 januari 2006

Onderzoek.


Hier had een uitgebreide beschrijving moeten staan over de enorme verschillen tussen de web-log loggers en de eigendomein-loggers. Afgelopen zaterdag bezocht ik namelijk deze meeting alsmede ook dit feestje.
Het teleurstellende resultaat van mijn onderzoek is dat er nauwelijks verschillen waarneembaar waren. Waarschijnlijk heb ik wegens omstandigheden ook niet zo goed opgelet.
Helaas zal ik dus nog eens moeten gaan.

Eén conclusie wil ik u echter niet onthouden:

Loggers zijn net echte mensen.

15 december 2005

Wie is het slachtoffer?

Ze is eerder uitdagend dan onderdanig.
Jong en aantrekkelijk.
Je zou haar inschatten als een vrouw die wel voor zichzelf op kan komen. Ze komt althans over als iemand die niet op haar mondje is gevallen.
Maar ze is meer dan eens op datzelfde mondje geslagen. Zoals ook de rest van haar lichaam niet gevrijwaard is gebleven van geweld.
Dat ze hier kwam wonen was omdat het de laatste keer te erg was geweest. Ze moest naar het ziekenhuis.
Even afstand van hem zou goed zijn. Toch had ze destijds wel het vermoeden dat het weer goed zou komen tussen hen.
Goed...

Opvallend hoe ze op die andere vrouw lijkt. Dat was ook iemand die zo zelfbewust overkwam.
Nu niet meer. Zij is twintig jaar en een flink aantal schuilplaatsen verder. Dat hij met de jongste baby gooide omdat het eten niet smaakte, was voor haar de laatste druppel in een emmer die al jaren daarvoor overvol was geraakt. Zij heeft nu een ander leven in een ander deel van het land. Een nieuwe man en weer een baby. Een nieuwe kans op geluk. Haar wonden zijn lang geleden geheeld, de blauwe plekken niet meer zichtbaar. Maar van binnen voorgoed kapot. Net als haar kinderen. Kinderen die emotioneel zo beschadigd zijn dat ze hun leven lang mogen gaan proberen de innerlijke schade weg te werken. Fijne start kregen ze.
Zou ze nog wel eens terugdenken aan de tijd dat ze het ook allemaal wel spannend vond?
Die stoere jongen uit de motorclub. Met een achtergrond waar al een waas van geweld over hing.
Ze wist waar ze aan begon en ze wist hoe hij was vóór ze kinderen kreeg. Er waren genoeg mogelijkheden, genoeg hulp om opnieuw te beginnen. Maar ze koos ervoor bij hem te blijven. Vier kinderen werden de dupe van die keuze.

Aan mijn ene zijde woont mijn dappere buurvrouw die bomen verbrandt, aan mijn de andere kant een jonge aantrekkelijke vrouw die zo nu en dan bij mij hout komt halen om haar raam weer dicht te timmeren.
Ze zegt dat de maat nu vol is. Hij heeft één keer teveel haar raam ingeslagen 's nachts.

Maar ze draait dagelijks dezelfde muziek. Een monotoon repertoire van een paar nummers op een geluidssterkte die mijn irritatiegrenzen flink teistert. Eén nummer zit daar altijd bij. En de tekst doet me betwijfelen of ze standvastig zal zijn.
De woorden van mevrouw Bush schetsen het toekomstbeeld van wederom een beschadigd kind.
Ik ben bang dat mijn buurvrouw de verkeerde keuze gaat maken.

Ik kom terug, liefste
Wrede Heatcliff, mijn enige droom
Mijn enige heerser

Ik zwerf al te lang in de nacht
Ik kom terug aan zijn zijde, om het goed te maken
Ik kom thuis in de woeste, woeste
Woeste heuvels

Heathcliff, ik ben het, Cathy
Ik ben thuis gekomen, ik heb het zo koud
Laat me binnen door je raam


Maar dat hoeft toch helemaal niet, meid?
Hij slaat jouw raam wel in.


9 november 2005

Rouw.(II)

Op mijn kast staan twee mooie dozen.
In de ene doos zitten alle brieven, briefjes en kaarten die ik ooit kreeg die, om verschillende redenen, de moeite van het bewaren waard waren. De brieven stammen vooral uit het pre-email tijdperk. Tegenwoordig krijg ik helaas nooit dergelijke fijne, handgeschreven brieven meer.

In de andere doos zitten alle brieven en kaarten die ik ontving na het overlijden van mijn vader.
Deze doos zit behoorlijk vol. Nu is mijn vader veel te jong en onder zeer beroerde omstandigheden -hij overleed mede door een medische fout- gestorven. Dat heeft er misschien ook mee te maken dat de belangstelling destijds zo groot was. Maar het gekke is dat er zoveel correspondentie bijzit van mensen waar ik het juist niet van had verwacht.

Nu is dit allemaal al ruim tien jaar geleden: aan mijn vader denk ik dagelijks wel even, maar de hele toestand rondom z'n overlijden, daar denk ik gelukkig niet dagelijks meer aan.
Waar ik nog wel eens aan denk is hoe diep ik viel en hoe graag ik opgevangen had willen worden. Hoe ik steeds verder viel omdat een aantal mensen opzij gestapt waren.
De dood van mijn vader was de eerste steen in het dominospel. Deze steen was al behoorlijk qua omvang en gewicht. Toch denk ik dat het spel een andere uitkomst had gehad als de dingen die hierna kwamen anders waren gelopen.

Eén gruwelijk, nachtelijk telefoontje dat al mijn cellen van plaats deed veranderen leidde tot een aantal grote veranderingen in mijn leven.
De veiligheid van het hebben van twee jonge, sterke, liefdevolle ouders was in één klap verdwenen. Mijn moeder kon het helemaal niet aan en ik veranderde van kind van twee ouders in mijn moeders moeder. Met liefde. Mijn moeder is een ontzettend lieve, zorgzame vrouw, die er voordien altijd voor mij was. Ik vond het normaal en logisch dat ik haar bijstond, zelfs weer enige maanden bij haar introk. De partner waar ik destijds al jaren een relatie mee had vond dat niet. Zijn rots in de branding had ineens andere prioriteiten en hij vond het nodig zijn ongenoegen daarover meer dan eens kenbaar te maken. Voor dit alles had ik al zo m'n twijfels of dit nu wel de man was waar ik oud mee wilde worden dus ik verbrak de relatie. Dit betekende wel dat ik in een klein en veel te duur appartementje belandde. Hij kreeg het mooie huis, ik was immers degene die weg wilde.
Door dit alles heen speelde een slepende rechtszaak bij het medisch tuchtcollege. Achteraf zinloos: het kostte alleen maar een hoop energie (woede is slopend) en frustratie. Ondanks al het aanwezige bewijsmateriaal kwam de betreffende dokter er vanaf met slechts een berisping. Een dokter moet iemand al bijkans met een hakbijl om het leven hebben gebracht, wil je een dergelijke rechtszaak winnen.
Door de rechtzaak, het verbreken van mijn relatie en de zorg voor mijn moeder kwam ik niet aan mijn verdriet toe. Na een jaar, toen ik dacht dat het allemaal wel weer ging (maar: "wel raar eigenlijk dat ik zo weinig gehuild heb...") klopte al het verdriet wat ik zo mooi had weggestopt ineens aan mijn deur. Waarna het er toch nog, samen met alle opgehoopte spanningen, met wagonladingen tegelijk uitkwam. "Overspannen" zei de huisarts. Noem het zoals je wilt, het was in elk geval de overtreffende trap van waardeloos.


Een dierbare verliezen kan iedereen overkomen. Mensen die dit hebben meegemaakt, zullen alles weten over de onbeschrijfelijke pijn en het immense verdriet. Ook zullen zij weten hoe fijn het is om steun, (of alleen maar oprechte interesse in je situatie) van anderen te krijgen.
Maar het valt me wel eens op hoeveel mensen van, zeg maar, rond de dertig in de gezegende omstandigheden verkeren nooit een dergelijk verlies te hebben moeten meemaken. En hoe "slecht" sommige van hen ermee omgaan als iemand in hun omgeving een dierbare verliest.
Het is niet mijn bedoeling over te komen als iemand die de wijsheid in pacht heeft m.b.t. rouwen. Je zou kunnen stellen dat ik er best het één en ander mee te maken heb gehad, maar ik realiseer me ook dat het nog veel erger kan. Ook weet ik dat iedereen anders is en dat we allemaal onze eigen, unieke manier hebben om met groot verdriet om te gaan. Toch denk ik dat er een aantal zaken zijn die sommige mensen snel geneigd zijn te zeggen of doen (onbedoeld of zelfs goedbedoeld) als ze geconfronteerd worden met verlies van een dierbare bij iemand in hun omgeving. Daarom heb ik een paar tips opgeschreven.

- Zeg niet: "Als er iets is of als ik iets kan doen, bel je me maar hoor."
Ja er is iets: degene waar je dit tegen zegt is namelijk kapot van verdriet. En wat jij kunt doen is gewoon langsgaan en er zijn. En regelmatig zelf even bellen.

- "Ik wist niet wat ik moest zeggen."
Dat geeft niet, maar zeg dat dan gewoon: dat je niet weet wat je kunt zeggen. Ga iemand die rouwt niet vermijden omdat je het zo moeilijk vind hier mee om te gaan. Voor de rouwende zelf is het veel moeilijker.

- Hoor of lees je dat iemand die je best goed kent, maar die niet tot je beste vrienden behoort, een dierbare heeft verloren. Dan is het helemaal niet raar of stom om een briefje of een kaart te sturen waarin je schrijft dat je het slechte nieuws hebt vernomen en dat je diegene even veel sterkte wil wensen.

- Rouwen kan lang duren. Ook een jaar later kan het best zijn dat iemand hier nog graag even over wil praten of huilen. Ook als het lijkt of de betreffende persoon weer prima functioneert, kan het best zo zijn dat hij/zij het prettig vind als je er nog eens naar vraagt.

- Daarentegen: sommige mensen willen helemaal (nog) niet praten over hun verlies. Ze lijken vrolijk verder te gaan en willen absoluut niet praten over hun verdriet. Respecteer dit: soms komt de behoefte om te praten later. Er zijn ook mensen die het liever "in stilte" verwerken. Dat betekent niet dat deze mensen het niet fijn kunnen vinden als je gewoon langskomt en over andere dingen praat, of als je ze eens mee op sleeptouw neemt voor wat afleiding. ( Indien gewenst).

Mij vroegen sommige mensen vaak alleen: "Hoe gaat het nou met je moeder". Begrijpelijk, maar zelf had ik ook veel verdriet en ik had het best fijn gevonden als die mensen ook eens hadden gevraagd hoe het nu met mij ging.

De eerste weken kwamen veel mensen spontaan even langs, het was soms zo druk dat het leek of we een feestje gaven. Maar toen na een paar weken "de verdoving uitwerkte" en het allemaal wat door begon te dringen, lieten veel mensen het afweten.
Ook omdat ze zich geen raad wisten met de situatie, het was te pijnlijk, te schrijnend en misschien ook te dichtbij.
Wel kreeg ik veel steun van die ene vriendin die, hoogzwanger en wel, steeds langs bleef komen.

Er zijn veel dingen te bedenken die je kunt doen om iemand die rouwt te helpen. Dat hoeft echt niet altijd een "goed gesprek" te zijn. Ik waardeerde iedere brief of kaart, elk telefoontje en ieder bezoekje. Ook de pogingen die iemand zo nu en dan deed om me even uit de situatie te halen. Zij sleepte me mee naar de kroeg, dat kan ook.
Je kunt iemand enorm helpen door niet na een paar weken te denken dat het nu wel weer zal gaan. Hoe je dit invult hangt natuurlijk ook samen met de band die je hebt met degene die dit overkomt.
Als het om iemand gaat die niet tot je beste vrienden behoort, zou je alleen al kunnen helpen met " het vullen van de doos."
Echt: een klein gebaar kan heel veel betekenen in dit soort situaties.



29 september 2005

De Balans.

In het midden van de chaos sta ik, alle brokstukken van mijn leven om me heen.
Sommige al zo oud dat ze bijna uit elkaar vallen, andere zo nieuw dat ze nog rokend nasmeulen.
De puinhoop die ik creëerde biedt geen fraaie aanblik, maar is wel mijn puinhoop, mijn leven.
Het zijn de gevolgen van mijn eigen beslissingen.
Dus het is aan mijzelf om andere keuzes te maken.

Er bestaan zeven hoofdzonden, waarvan ik me aan een aantal schuldig heb gemaakt.
Daartegenover staan de deugden, ook die bezit ik.
Mensen hebben geen deugden om God te behagen of omdat het nu eenmaal zo moet.
Deugden dienen een ander doel.
Ze kunnen je een goed gevoel over jezelf geven.
Alles wat je voor jezelf en anderen doet zal er uiteindelijk toe leiden dat je tevreden bent over jezelf.

Als ik die brokstukken gebruik om iets moois te bouwen.
Wanneer ik mijn deugden en talenten laat prevaleren boven mijn zonden.
Zou dat er best eens toe kunnen leiden dat ik weer blij ben met mezelf.
En als ik blij ben, heeft dat weer invloed op anderen.
Zo is de cirkel weer rond.



Superbia (hoogmoed - hovaardigheid - ijdelheid - trots)
Avaritia (hebzucht - gierigheid)
Luxuria (onkuisheid - lust - wellust)
Invidia (nijd - gramschap - jaloezie)
Gula (onmatigheid - gulzigheid- vraatzucht)
Ira (woede - toorn)
Acedia (traagheid - luiheid - vadsigheid)

Prudentia (Voorzichtigheid - verstandigheid - wijsheid)
Iustitia (Rechtvaardigheid - rechtschapenheid)
Temperantia (Gematigdheid - matigheid - zelfbeheersing)
Fortitudo (Moed - sterkte)
Fides (Geloof)
Caritas (Naastenliefde)
Spes (Hoop)


27 september 2005

Naburig leed.



Het is heerlijk weer en ik zit lekker in de tuin van het najaarszonnetje te genieten als ik buurvrouw ineens op een boom zie inhakken.
Met enorme kracht gaat ze de grootste boom in haar tuin te lijf en dat lukt haar aardig zie ik, binnen no time staat alleen de stam er nog.
Als ze mij ziet veranderd de verbeten uitdrukking op haar gezicht, lachend kijkt ze me aan.
Ze neemt de gelegenheid te baat om even uit te puffen en zegt hijgend tegen mij: "Kerel weg, boom weg."

Zesendertig jaar waren ze getrouwd, twee kinderen kregen ze. Kort geleden werden buurvrouw en buurman nog opa en oma; hun zoon gaf hun een kleindochter.
Een klein meisje wat nieuwe hoop bracht, een schrijnende pleister op een oude wond. Lang geleden overleed hun eigen dochter, ze werd maar zestien jaar oud. Maar als je buurvrouw vraagt hoeveel kinderen ze heeft zegt ze nog altijd: "Ik heb twee kinderen." Mooi vind ik dat, en ze heeft gelijk ook, natuurlijk.

Een half jaar geleden werd buurvrouw ernstig ziek, twee zware operaties en een hoop tijd later is ze weer aardig op de been. Ze is zelfs in staat nu om eigenhandig een boom neer te halen. En daar laat ze het niet bij: later die middag zal ze de hele tuin renoveren. Die prachtige tuin die ze vorig jaar samen met buurman maakte, die tuin waarin ik ze zo vaak 's avonds samen hoorde lachen. Alle lantaarntjes werden dan aangestoken en ik heb best wel eens een tikje jaloers naar geluisterd, als ze daar zo eensgezind zaten te kletsen en ik de vrolijkheid in hun stemmen hoorde op een mooie zomeravond.

Dat zal ik voorlopig wel niet meer horen uit mijn buurtuin.
Buurman is drie weken geleden weggegaan. Weg, omdat hij verliefd werd op een andere vrouw.
Buurvrouw heeft in die korte tijd het hele huis veranderd, ze heeft geschilderd en alle meubels vervangen.
En nu dus ook de tuin.

Binnenkort is ze jarig en ze vertelt dat ze dan een feest geeft. Een feest met een kampvuur. Een feest waar alle bomen waar buurman zo van hield ritueel verbrand zullen worden.
"Als ik kan kom ik buurvrouw", zeg ik.
"Mooi", is haar antwoord. "We maken er een groot feest van."

Ik kijk naar het lachende gezicht van deze dappere vrouw die ik de afgelopen weken meerdere keren heb horen huilen 's avonds.
Mijn onverstoorbare, altijd vrolijke buurvrouw die in drie weken tijd alle sporen van haar man uitwiste.
En ik vraag me af hoe lang het zal duren voor hij uit haar hart en uit haar hoofd gewist zal zijn.
Ik vraag me af hoe lang het zal duren voor haar ogen weer mee zullen doen als ze lacht.


25 september 2005

Zondagmorgen.


"Nobody knows me, even though I'm always there - a statistical reminder of a world that doesn't care."

Ja: dat gaat over werkloosheid.
Maar als soort van single voel ik me soms ook een statistisch nummer.
Er zijn er ook zoveel van.
Maar die zijn natuurlijk allemaal happy.
Happy single.
Wie dat bedacht heeft...

Die heeft waarschijnlijk nooit een bevredigende relatie gehad, zo'n relatie waardoor de wereld er net even anders uitziet.
Een relatie die je sterker maakt.
Die maakt dat kleine dingen een feest worden. Zoals samen eten, of een filmpje kijken.
Iemand om tegen aan te kruipen als je gaat slapen.
De dag beginnen met : "Goeiemorgen schat, wil je koffie?"

Alleen zijn kan best fijn zijn hoor.
Ik kan de hele dag in mijn joggingbroek lopen vandaag, hoef niks aan mijn haar te doen, kan keihard alle muziek draaien die ik leuk vind.
Best prettig.
Vanavond kan ik uitgaan, de wereld ligt aan mijn voeten.
Ieder weekend zou ik een andere man mee naar huis kunnen nemen.
Liefdeloze sex.
Niks voor mij.

Dat lekkere ontbijt dat ik net maakte, had ik liever samen met iemand gegeten.
Maar dan wel met iemand waar ik van houd.
Geen one day fly.
Dan word ik liever alleen wakker.

En vanavond ga ik evengoed wel uit.
"De Dijk" in concert.
Daar geniet ik in m'n eentje ook wel van.

24 september 2005

Heel even maar.


Kan ik niet gewoon heel even naar een tropisch eiland?
Een weekje maar ofzo.
Of twee weekjes misschien.
Ik had gedacht aan één koffer met twee bikini's, een duikbril en een paar jurkjes.
En niks voor als het 's avonds fris wordt.
Want het wordt daar nooit fris 's avonds.
Verder wil ik een stapel boeken en m'n fototoestel mee.
That's it.
En natuurlijk me, myself and I.
Verder mag er niemand mee.
Allemaal wegwezen dus.
Ik vermaak me wel even met mijn boeken, m'n gedachten, het zand en de schelpen.
Ook doe ik geen cultureel verantwoorde uitstapjes en ik verdiep me niet vantevoren in de lokale bevolking en de bezienswaardigheden.
Drop mij maar gewoon ergens op een wit zandstrand, aan een azuurblauwe zee.
Het interesseert me niet in welk land, Bonaire of de Malediven, maakt niet uit, ik ben niet zo moeilijk.
Als het maar lekker warm is.
Er moet veel drank zijn en veel vis, dat wel.
Vis om te eten.
En vis om naar te kijken, van die gekleurde visjes in helder water, zo helder dat ik mijn voeten kan zien.
Geen enge visjes met tandjes of grote, haaiachtige rugvinnen.
Kleine, schattige, gekleurde visjes, die ik dan goed kan zien zo met m'n duikbril in het water.
Doe er ook nog maar een aantal spectaculaire zonsondergangen bij, dan is het helemaal goed.
Alleen geen tsunami's please, die wil ik niet.

Valt mee toch?
Er is echt niet zoveel voor nodig om mij blij te maken.

14 september 2005

Gemengde tuinen zijn toch de mooiste tuinen.

De oude man ging heel behoedzaam met de grasmaaier over het heuveltje in zijn tuin. Door zijn kromgegroeide rug en zijn door ouderdom ingeteerde postuur, was dat nog een heel karwei. De grasmaaier was zo enorm zwaar en de oude man zo krachteloos. Maar hij hield vol, opgeven zou ook geen optie zijn geweest, dat gras moest immers weer kort en netjes. Netjes is heel belangrijk voor mensen van zijn generatie. Doorzetten ook.
Vanaf de overkant van het water stond ik er naar te kijken, zag hoe het hem uiteindelijk toch lukte en hoe hij vermoeid met één arm op het handvat van de grasmaaier even bleef staan uitpuffen.

En dat ontroert mij nou.
Zoals er zoveel is waar ik ontroerd door kan raken.


De onschuld van een slapend kind dat ik in een omgewoeld bed aantref, het gezichtje totaal ontspannen, het mondje iets openstaand.
Een spontane knuffel van mijn broer, als hij even vergeet dat ie eigenlijk heel stoer is.
Een opgewonden groep bejaarden die op het punt staan met een busreisje mee te gaan.
Onverwachts een bos bloemen van iemand krijgen.
Zoals de lente ruikt, of de herfst.
Die ene vriendin die, ondanks alles, toch van me bleef houden.
Twee oude mensen die hand in hand over straat lopen, of de blikken die je een stel dat al heel lang samen is met elkaar kunt zien uitwisselen.
Op het schoolplein wachten op Koekie, en hoe ze dan meteen stralend begint te zwaaien, als ze me in de verte ziet staan en zij zelf amper de deur uit is. Helemaal ontroerd ben ik als ze dan naar me toe rent, in plaats van loopt.
Die andere vriendin, die vaak zomaar ineens lieve berichtjes stuurt.
Mijn moeder, als ze net wakker is en ze er op haar alleroudst uitziet.
De herinnering aan mijn gerimpelde omaatje, anderhalve kop kleiner dan ik en zo groot in haar kracht.
Die keer dat ik ontvoerd werd door twee vrienden, omdat ik al zo lang ziek was en nooit meer iets leuks deed. Het bedje wat ze voor me maakten in het vervoermiddel, zodat ik tussendoor even kon liggen.
De allereerste keer dat mijn beste vriend mij knuffelde, die bijzondere dag die voor altijd in mijn geheugen gegrift staat.
Die tekening en dat zelfgesmeerde broodje met veel te veel pindakaas, gemaakt door Koekie omdat ik ziek was.
Violinkonzert Nr.1 G-moll Op. 26, van Max Bruch, te mooi gewoon, bijna een garantie op tranen.


Allemaal dingen die mij ontroeren.
Maar dat niet alleen. Het zijn en waren ook stuk voor stuk dingen waar ik intens van geniet.
Gemengde gevoelens kunnen heel mooi zijn. Zeker als het gaat om ontroering en genieten, die kunnen bij mij hand in hand gaan.
Mensen die erg gevoelig zijn hebben vaak ook het vermogen om verschrikkelijk te kunnen genieten van kleine dingen. Misschien juist wel door de ontroering.
Als ik harder was geweest, had ik minder pijn en verdriet ervaren in mijn leven, daar ben ik van overtuigd. Maar dan had ik ook stukken minder intens genoten.
Het is lang niet altijd makkelijk om een watje te zijn, echt: ik kan het weten.
Maar als je mij vraagt: "Zou je niet liever anders zijn, minder gevoelig?"
Zou dit mijn antwoord zijn:
"Laat mij maar lekker blijven zoals ik ben, ik geniet veel te graag..."

13 september 2005

Geen toespraken, geen bloemen.



De overgeblevenen.


Deze keer zou het lukken.
De vorige drie keren dat wij kleintjes kregen werden ze als pulletjes al door een gemene reiger verorberd.
Maar deze keer konden we opgelucht ademhalen, de laatste vijf pulletjes waren te groot geworden voor de reiger.
Wat waren we trots op ze. We zwomen urenlang met ze door de sloot en maakten fijne wandelingen op het gras met het hele gezin.

Tot vandaag...
Tot ons grote verdriet werd Afred vlak voor onze snavel aangereden. Machteloos zagen we het gebeuren.
We hebben nog luidkeels staan kwetteren naar de automobilist: "kijk uit, pas op, zie je Alfred dan niet?".
Het mocht niet baten, de bestuurder lette niet op, kwam al veel te hard aanrijden en reed ook nog eens gewoon door nadat hij zag wat hij had aangericht.
Gevoelloze moordenaar.



Alfred...

Uit respect voor ons, de diepbedroefde ouders heeft Pomme geen foto van ons genomen terwijl we nerveus om hem heen waggelde, en ook niet van hoe we zo nu en dan even bij hem gingen staan, en met een schuingehouden koppie vertwijfeld op hem neer keken.

10 september 2005

But that was yesterday.


Zo kon het dus gebeuren dat ik gisteren een enorme baaldag had.
En ik moest nog naar een verjaardag ook, 's avonds, maar na zo'n dagje balen leek een rustig avondje met mezelf als enige gezelschap mij stukken aanlokkelijker. De verjaardagen van het feestvarken staan nu niet bepaald bekend om hun rust, sterker nog: het is er altijd bomvol. Geen aantrekkelijk idee als je nou net zin hebt in een avondje sippen in je uppie. Thuisblijven was geen optie, ik was er al zo lang niet geweest en kon het uit goed fatsoen simpelweg niet maken om weer niet te verschijnen.
Zo gezegd zo gegaan dus.

En toen was het dus best leuk.
Zal je altijd zien.
Gezellig bijgekletst met een aantal oude bekenden. Het regende, maar bijna iedereen zat gewoon in de tuin, het was benauwd weer en die warme regen was eigenlijk wel lekker. Mezelf volgestopt met lekkere hapjes en twee borreltjes genoten..
Maar het allerfijnst was dat ik één van mijn 'all time favourite men' weer eens zag en sprak. Hij zag er goed uit in z'n achterlijk dure overhemd met bijbehorende, zogenaamd oude Replay jeans. De stemming zat er goed in, ik zag zijn James Dean grijns vaak voorbij komen. Geanimeerd vertelde hij wat hij de laatste tijd gedaan had en over zijn plannen voor de toekomst. Heerlijk dat het zo goed met hem gaat!

En met mij gaat het ook wel weer vandaag, eigenlijk.
Moet ook geen gewoonte worden, zo'n baaldag.


6 september 2005

Jekyll & Hyde, of gewoon menselijkheid?


Iedereen heeft van die terugkomende thema's in zijn leven.
Zaken waar je steeds weer tegenaan loopt en, als het om menselijke interactie gaat, met steeds andere mensen.
Van die dingen waardoor je zou gaan kunnen geloven dat je op deze wereld bent met een doel. Omdat het lijkt of het steeds maar weer op je weg komt tot je er eindelijk eens mee hebt leren dealen ofzo.
Constant tegen dezelfde foute partner aanlopen, bijvoorbeeld. Of nooit nee kunnen zeggen tegen anderen. Of niet met emoties om kunnen gaan, ze niet herkennen, laat staan erkennen. Niet los kunnen laten of bindingsangst hebben, altijd wegrennen, zijn ook fameus op dit gebied.

Zelf heb ik er ook wel een stuk of wat, van die terugkerende ellende zeg maar.
Zo kan ik absoluut niet tegen onberekenbare mensen. En dan bedoel ik onberekenbaar in negatieve zin. Zo iemand die je steeds weer verrast met narigheid. Agressie is het sterkste voorbeeld in deze, ik walg van agressie, loop er van weg. Zodra ik met agressie geconfronteerd word, knijpt mijn maag zich samen en word ik misselijk. De verklaring hiervoor ken ik, die ligt in mijn jeugd. Als je mij met agressief gedrag confronteert, ben ik klaar met je, dan zal ik geen tijd meer aan je verspillen. Nee: ik heb het over hatelijkheden, zwaar sarcasme, en gemeenheid. Natuurlijk kan ook ik wel eens vals uit de hoek komen, en een tikje sarcasme is mij zelfs niet vreemd. Maar wat ik best van mezelf durf te zeggen is dat ik toch altijd probeer om mensen met respect te benaderen, ook in extreme situaties.
Alleen... laat ik nou net regelmatig mensen in mijn leven toelaten die dat dus niet doen. (Ja: Freud zou hier best iets mee kunnen..) Mensen die een soort persoonsverwisseling ondergaan zodra ze zich in een hoek gedrukt voelen, als ze gefrustreerd, boos of juist heel verdrietig zijn.
En dat kunnen verder hele prettige mensen zijn hoor, vergis u niet. Op zich probeer ik me altijd wel zoveel mogelijk te omringen met lieve en leuke mensen. Maar bovenstaand gedrag komt vaak pas om de hoek kijken als ik mensen wat langer ken, als ik ze al in mijn leven en in mijn hart heb toegelaten. Als ik ze al ben gaan waarderen om hun verschillende positieve eigenschappen.
Maar daar wringt 'm nou een beetje de schoen bij mij.
Zijn dit nou in wezen goede, integere mensen die alleen in extreme situaties anders reageren dan ik zelf graag doe en zie.
Of betekenen dergelijke reacties dat je ergens als persoon niet deugt?
Met andere woorden: Komt in extreme situaties de ware aard naar boven. Of reageert de één gewoon heftiger op onmacht en frustratie dan de ander? ( En dan heb ik het niet over hele extreme situaties, zoals oorlog, dood en concentratiekampen, dat is toch weer een ander verhaal denk ik...)
Daar loop ik dus een beetje over te piekeren de laatste tijd.
En ik kom er eigenlijk niet zo goed uit.

27 augustus 2005

Surprise!

Gisteravond had ik het met iemand over verrassingen.
En dat ik daar wel van hou, van verrassingen.
Zo vind ik het erg leuk om verrast te worden met leuke dingen. Ik ben niet zo van alles van te voren plannen enzo. Als je mij wilt verrassen met een weekendje weg naar Barcelona, Praag of Madrid, mag je me zo ontvoeren naar Schiphol en het daar ter plekke mededelen, lijkt me geweldig! (Vooral als er aan gedacht word om van te voren stiekem wat kleding, ja die hakken en dat jurkje ook ja, uit mijn kast te plukken..)
Spontane feestjes, etentjes en boottochtjes dito. Doe gerust. Ik hoef het echt niet van te voren te weten!

Ik ken iemand die daar dus panisch van zou worden, zij moet alles van te voren weten zodat ze zich er geestelijk op voor kan bereiden. Die hoef je heus niet te bellen met de vraag of ze zin heeft om nu naar het strand te gaan, omdat het nu mooi weer is. Nee zeg, alles wat ze drie dagen van te voren niet weet doet ze gewoon niet en dat het over drie dagen vast wel weer regent maakt daarbij niks uit, en daar komt bij dat er vast wel een hele lange file zal zijn en die ene brug staat ook altijd open en zie maar eens een parkeerplaats te vinden aan het strand. Zucht..

Nu zijn ook niet alle verrassingen even leuk.
Het kan gebeuren dat mensen bijvoorbeeld ineens iets zeggen of doen wat je totaal niet had verwacht. Als je bijvoorbeeld dacht op iemand te kunnen bouwen en dat blijkt niet zo te zijn. Of als net die ene waarvan je dacht dat hij/zij betrouwbaar genoeg was om je diepste gedachte's aan toe te vertrouwen, het nodig vond jouw privé zaken met anderen te delen. Dat zijn teleurstellende verrassingen en daar houd niemand van.

Er zijn ook verrassende mensen. Net zoals er een hoop saaie mensen zijn, waar je iedere reactie wel van kunt dromen, zijn er ook mensen die je nooit echt helemaal kent, maar waarbij dat niet uitmaakt en het zelfs erg leuk is.
Zo iemand die je steeds weer weet te verrassen met denkbeelden, ideeën, uitspraken en acties. Ook al ken je die persoon al jaren. Sommige mensen hebben dat, en ik kan dat wel waarderen.

Zelf heb ik best het één en ander aan verrassingen ondergaan. Daar waren hele lieve bij.
Ik vergeet nooit dat iemand ooit gewoon een gat in het dak van zijn onderkomen zaagde om daar een groot raam in te plaatsen zodat ik vanuit het bed naar de sterren kon kijken. "ja, ik dacht je kijkt zo graag naar de sterren, vandaar.."
Of die keer dat iemand werkelijk het hele huis vol had geplakt met allemaal lieve, grappige briefjes. De hele dag door vond ik ze, steeds ontdekte ik weer nieuwe, ze hingen zelfs op het toilet.
En toen ik klein was, vroeg ik eens aan mijn opa of ik die mooie dasspeld met die parel mocht hebben als hij dood zou zijn. Dat was goed zei hij, maar dat zou nog wel heel lang duren want opa was van plan nog heel lang mee te gaan.
Ik ging naar huis en twee uur later stond hij voor de deur, met de dasspeld. Hij gaf 'm liever nu maar, zei hij, want anders moest ik er zo lang op wachten en nu kon hij mijn gezicht er tenminste nog bij zien..
Of dat jaar dat ik geen kerstboom wilde. Ook al omdat ik geen versierselen had. En er opeens een kerstboom voor mijn deur stond, compleet met ballen,slingers en verlichting. Dat is echt wel ontroerend hoor.

Maar het allerleukst vind ik zelf mensen verrassen. De voorpret en het gespannen afwachten of en hoe leuk de te verrassen persoon/ personen dit zullen vinden. Stiekem van alles regelen en bedenken hoe het nog beter kan.
Zo heb ik eens een grote Sinterklaas zak helemaal gevuld met cadeautjes en die voor de deur van mijn ouders achtergelaten. Ze wisten totaal niet van wie de pakjes waren en hadden samen een superavond met het uitpakken ervan.
Ook heb ik eens een surpriseparty voor iemand georganiseerd. Hij wilde dat jaar niks aan zijn verjaardag doen en zou er 's avonds wel voor zorgen weg te zijn. Dus toen heb ik met zijn baas geregeld dat hij die dag vrij had en dat 's morgens om 10 uur alle vrienden en vriendinnen met de taart en een hoop drank zouden komen.
(Dat was trouwens ook de dag dat ik erachter kwam dat je lekker snel dronken wordt, zo 's morgens..)

Verrassingen zijn het zout in de pap van het leven. En het hoeft echt niet altijd groots en meeslepend, het kan ook iets kleins zijn: een lief cadeautje of een onverwacht gebaar.
Pas er alleen wel een beetje mee op, want niet alle verrassingen vallen in goede aarde en sommige mensen worden dus alleen maar nerveus van verrassingen...


16 augustus 2005

Blunder.


Koekie's "hartsvriendin" is met vakantie (Of is het: op vakantie? Dat weet ik nooit..)
Dus er moest een nieuwe vriendin komen. Die had ze binnen één dag gevonden, geen spoortje van een sociale stoornis ofzo, die meid.
Maargoed, een leuke nieuwe vriendin dus.
Eigenlijk is ze best vreemd, maar ik vind het niet zo leuk om haar hier af te kraken, dus dat zal ik ook niet doen en daar ging dit verhaal ook niet over.

De pappa van nieuwe vriendin kwam de dames hier ophalen want ze zouden een stukje gaan varen.
Deze goeduitziende veertiger stond dus in mijn kamer zijn dochter te sommeren dat ze van de jonge poesjes af moest blijven, en dat ze nu echt moesten gaan.
Nieuwe vriendin bleef vrolijk bij de poesjes zitten, hij kijkt me lachend aan en zegt: "Soms is ze echt oostindisch doof". Ik trok het meisje bij de poesjes weg, keek hem aan en zei volmondig:"Ja, klopt". ( Schoot er gewoon uit, kon er niks aan doen..)
Dat was nog maar een klein blundertje, de grote blunder moest nog komen.

Een uurtje later stond het gezelschap aan mijn deur, met de vraag of de dames bij mij mochten eten. Terwijl ik hiermee instemde dacht ik: "Leuke broer heeft ze."
Er stond namelijk nog een jongen van een jaar of achttien bij.
Dus wat zei ik tegen nieuwe vriendin? "Goh, is dat je broer?"
Dat is mijn broer niet, das het vriendje van mijn vader, zei ze..

Ps: Vanaf vandaag geen boektitels meer als titel.

23 juli 2005

Vrij spel.


Eigenlijk zou ik de kasten op moeten ruimen nu.
Maar ik ben weer eens niet vanachter mijn computer weg te slaan.
Net keek ik even in mijn lijstje met onderwerpen voor toekomstige logs.
"Verslavingen", zie ik staan.
Ok die is voor later.
"Zelfdiscipline", grijnst me tegemoet.
Tsja..
"Vrije relaties"..
Ja, daar wil ik wel even wat over kwijt.

Het verhaal begint rond mijn zeventiende.
Het begin van een jarenlange knipperlichtrelatie met T.
T. geloofde in vrije relaties.
Niet zo verwonderlijk met ouders die in een eend reden met een "stop de neutronenbom sticker" achterop.
Een moeder die s'morgens aan het ontbijt rustig zat te vertellen dat zij en manlief zo lekker geneukt (haar woorden..) hadden die nacht.
In een huis waar je voor een plas het toilet niet door mocht trekken.
Want dat was zo slecht voor het milieu, teveel doortrekken.

Je kon iemand niet bezitten vonden zij.
Wat heeft een leuke tijd met iemand anders nu te maken met de gevoelens voor degene waarmee je toevallig in een relatie zit?
Juist degene waar je van houd gun je leuke ervaringen, toch?
Één en ander kon toch best naast elkaar, vonden zij.

T. was het daar mee eens.
En ik was stapelgek op T.
Bovendien vond ik dat er wel iets in zat allemaal.
Dus ik had, na een "gewone" relatie, nog een tijdje een vrije relatie met T.
In de praktijk kwam het er op neer dat we spelletjes speelden.
Het spel van : Ohh dus jij ging met die, nou daar zit ik niet mee hoor want ik was laatst met die en die en dat was erg prettig.
Leuk elkaar de details vertellen ook. En ondertussen allebei bloedjaloers zijn.
Ik was er snel klaar mee.
Niks voor mij.
Veel te jaloers ben ik.

Bovendien vind ik het wel iets moois hebben, dat je voor elkaar kiest en samen dingen beleeft die je niet met anderen wil en zal delen.

Een bevriend stel heeft een vrije relatie.
Dit komt er op neer dat hij het regelmatig gezellig heeft met een andere dame en dat zij dat zo nu en dan ook doet om het evenwicht nog enigszins te bewaren.
Eigenlijk zou ze het liefst willen dat ze gewoon trouw aan elkaar waren.
Maar dat zegt ze niet want ze wil hem niet verliezen en bovendien moet je van hele goede huize komen om het van hem te winnen met argumenten. Hij is verbaal veel sterker dan zij.

Maar ik ken ook een man die alleen maar vrije relaties aangaat, daar heel eerlijk over is.
We kletsen wel eens, hij en ik.
Het is een integer mens, met een mooi verhaal.
Zijn "vrije relatie" verhaal komt oprecht over.
Hij wil gewoon geen banden, verplichtingen, beloftes.
En dat past ook wel bij hem.
Het is iemand die vrij zorgeloos door het leven gaat, erg met twee benen op de grond staat. Een zuiver mens. Je zult hem geen leugen horen vertellen, daar ziet ie het nut niet van in.
Misschien is hij "verder" dan ik..
Misschien gewoon anders..

Er zullen heus stellen zijn met een vrije relatie die daar gelukkig mee zijn.
Trio's, orgie's, gelegitimeerd vreemdgaan, op zaterdag gezellig naar de parenclub.
Ik vind het prima allemaal.
Zolang alle betrokken partijen er tevreden mee zijn.

Ik blijf mijn principes in deze trouw.
Hier voel ik me gewoon het lekkerst bij.
En daar gaat het uiteindelijk om: kiezen voor datgene waar jij je goed bij voelt.



8 juli 2005

Go no Go.


"Een grens is eigenlijk een wens om verder te gaan".
Zegt Loesje.

Mooie uitspraak maar meestal niet waar. In de meeste gevallen heb ik die grenzen niet voor niets. Ik hebt ze waarschijnlijk ooit zo bedacht.

Omdat ik niet gekwetst wil worden. Of omdat ik iemand anders niet wil kwetsen.
Omdat ik me niet graag beroerd voel. Denk hierbij bijvoorbeeld aan stoppen met drankinname, terwijl het nog best lekker smaakt i.v.m." the day after."
Omdat ik geen zin heb in overbodig lichaamsvet. Zou soms best de hele dag door kunnen eten, maar dat doe ik niet.
Omdat ik een kind opvoed. Zou haar best weleens haar gang willen laten gaan als ze dwars is en ik ff geen zin heb in strijd maar dan krijg ik het later dubbel en dwars terug en uiteindelijk zou ze daar zelf ook niet beter van worden.
En zo heb ik nog een heleboel grenzen waar ik ooit wel over heb nagedacht of nog wel eens over denk.

Er zijn ook grenzen waar ik nooit over hebt nagedacht, die zijn vanzelfsprekend: Als ik de kater van de buren uit de tuin wil jagen moet ie op dat moment gewoon weg. Maar mijn grens ligt bij het laten schrikken van het dier dus pak ik de plantenspuit en geen buks.

Ik heb grenzen die ik tien jaar geleden niet had.
Ik heb ook grenzen waarvan ik ooit heb gedacht ze nooit te zullen hebben.
Ik heb weleens, uit nieuwsgierigheid, grenzen laten varen waarvan ik later niet wist hoe snel ik ze weer terug moest nemen. ("Zo: ook weer meegemaakt, was erg uhhh interessant maar never again..)

En ik verleg grenzen.
De laatste tijd meer dan me lief is eigenlijk.
Hoe ik daar straks op terug zal kijken weet ik nu nog niet.
Zal het me iets brengen of zal het me iets ontnemen?
Maakt dat uberhaupt iets uit in hoe ik er op terug zal kijken?
Ergens denk ik nog steeds dat het goed is wat ik doe.
Diep van binnen zegt een stemmetje:"Als je hier stopt krijg je later spijt."
En als ik ergens een hekel aan heb, is het wel aan spijt.
Maar ik twijfel wel.